Spaanse brieven 1924-1936 - Hendrik de Vries
Hendrik de Vries behoort tot het schaarse groepje Nederlandse dichters van wie ik nog geen letter poëzie heb gelezen. Daar zal ook niet zo snel verandering in komen: aan de proevertjes in dit brievenboek te zien grossiert de Groningse dichter in gepaard rijm, en dat is een vorm waar ik licht brandende liesjeuk van krijg. Daarbij, het corpus van zijn Verzamelde gedichten, dat tegen de tweeduizend pagina's aanleunt, is nauwelijks te overzien.
Het was me hier enkel om zijn Spaanse reiservaringen begonnen. In een tijd waarin Spanje nog een verre bestemming was en verre reizen per definitie opzienbarend, trok Hendrik de Vries zowat elk jaar naar de zon en het zuiden, gewapend met de gidsjes van Karl Baedeker en het boek van Kurt Hielscher, Das unbekannte Spanien.
In de inleiding van samensteller Jan van der Vegt wordt het politieke klimaat geschetst waarin Spanje toen verkeerde en dat me veel minder bekend is dan haar noodlottige uitloper: de Spaanse burgeroorlog. In 1924, lees ik, is Spanje nog verwikkeld in een oorlog tegen opstandige Berberstammen in het deel van Marokko dat onder Spaans protectoraat stond. Kort daarvoor had generaal Miguel Primo de Rivera met instemming van koning Alfonso XIII een dictatoriaal bewind in Spanje gevestigd.
Wanbeheer, corruptie en verminderde steun van het leger leidde na verkiezingen in 1931 echter tot het uitroepen van de Tweede Republiek en een vrijer intellectueel klimaat, onder leiding van premier Manuel Azaña, de socialistische romanschrijver. Maar dat betekende niet dat de oude machten van kerk en grootgrondbezit zich niet meer lieten gelden. In 1933 wonnen de monarchisten weer aan macht.
In 1936 komen de linkse partijen, verenigd in het Volksfront als winnaars van de verkiezingen uit de bus. Een instabiele periode breekt aan, met aanslagen van anarchisten en fascisten. Een opstand van de fascistische generaals, onder wie Franco, kan niet meer uitblijven. De rest is geschiedenis.
Het politieke tumult is in de brieven vooral te merken aan de veelvuldige paspoortcontroles die de dichter moet ondergaan. En aan het eindjaar van deze verzameling, natuurlijk. De Vries zou Spanje na 1936 niet meer bezoeken: omdat hij niet zo tuk was op Franco en omdat zijn vrouw het land niet genegen was.
Van der Vegt selecteerde 85 van de 108 brieven die Hendrik de Vries uit Spanje verstuurde; kattebelletjes laat hij links liggen. Het aandeel berichten uit Andalusië, waar ik het meest naar uitkeek, blijft uiteindelijk beperkt, hoewel De Vries toch ergens meldt dat hij in deze streek het eigenlijke Spanje hoopt te vinden, "zoals een clown zichzelf wordt wanneer hij de deur van zijn slaapkamer op slot doet".
Spaanse brieven is ook geen reisgids in briefvorm geworden, hoewel de dichter Spanje zeer grondig heeft doorkruist. Toeristische bezienswaardigheden interesseren hem niet. Gesprekken met locals des te meer. Het gemak waarmee De Vries contact legt maakt jaloers. Spaanse brieven laat een manier van reizen zien die niet zomaar samenvalt met het turven van bekende trekpleisters.
Tussen de regels tonen de brieven waarom een kortstondig bezoek aan een stad onvoldoende is om de typische sfeer te absorberen; waarom reizen meer is dan koers zetten naar bestemmingen; hoe gesprekken met inwoners een ander licht doen schijnen op een streek dan dat van het lemma in de reisgids.
Alleen valt de neerslag van dat alles een beetje tegen. Spaanse brieven bevat nogal veel beschrijvingen van landschappen, en daarbij kan het woord het nooit halen van het beeld. De Vries brengt te vaak verslag uit van gesprekken met passagiers tijdens de heenreis. Hij suggereert de rivaliteit tussen Castilianen, Valencianen, Catalanen, Aragonezen en Andalusiërs, maar maakt die naar mijn smaak niet hard genoeg.
En dan zijn er nog alle passages over De Vries' moeilijke spijsvertering, of waarin de dichter polst naar de reputatie van Holland bij de Spanjaarden -- gezworen vijanden sinds de Tachtigjarige Oorlog en het optreden van de hertog van Alva, de landvoogd die namens Filips II met harde hand de opstand onderdrukte. Die reputatie blijkt nogal mee te vallen, gezien protestanten in Spanje hoger in aanzien staan dan "Godloochenaars".
Wanneer de zakken van "el señor escribiente" gerold worden in Barcelona is dat natuurlijk ook weer goed voor een epistel. En zo schiet het niet op. Vaak zijn de noten nog het meest lezenswaardig. Bijzonder aardig in dat verband is de beschrijving van de omstandigheden waarin De Vries in 1924 een vlucht maakt in een lijntoestel van de KLM.
Hij betaalde er twintig gulden voor. De dagelijkse retourvlucht tussen Parijs en Schiphol werd toen onderhouden met een Fokker F III, die vijf passagiers kon meenemen. Zij zaten in rieten fauteuils en mochten als ze dat wilden de raampjes openzetten. Het vliegtuig haalde een kruissnelheid van 135 kilometer per uur.Voor de rest zal de woordrijke, mild-archaïsche stijl van Hendrik de Vries me vermoedelijk het langst bijblijven.
Na hedenmiddag studie te hebben gemaakt van een rommelmarkt die in Amsterdam vergeefs een weerga zou zoeken, en mij te hebben neergezet op de rand van een drinkfontein, kwam tot mij een oud man van stoppelig aangezicht, een zak torsend, en mij vragend of ik mijn jas wilde verkopen.> lees een fragment uit dit boek op Prins van Denemarken
Hendrik de Vries, Spaanse brieven 1924-1936
271 p.
Uitgeverij Meulenhoff, 2007
Gekozen, ingeleid en toegelicht door Jan van der Vegt
____

Geen opmerkingen:
Een reactie plaatsen