dinsdag 1 juli 2008

De windmolen - Camilo José Cela

De windmolen steekt de draak met de uitwassen van een besloten dorpsgemeenschap, ergens in Spanje. Het is het verhaal van pastoors en prostituees, en alle beroepsklassen die daar het midden tussen houden. Aan schelmenstreken alvast geen gebrek.

Zo krijgen de kinderen in het mythische dorp namen van Italiaanse opera’s (Rigoletto, Tosca…) en spelen ze belastingrechtertje tijdens het speelkwartier; de gemeentesecretaris probeert er de keukenkachel van zijn moeder te doven door op het dak van het huis in de schoorsteenpijp te plassen; voorts kampt men er met uiteenlopende problemen als lupus, aambeien, liefdesverdriet en miskramen.

Bij ontstentenis van de dokter, als deze naar het naaste dorp is gegaan om een stierengevecht bij te wonen, wordt desnoods de dierenarts opgevorderd voor de nodige ingrepen. Dieren zijn sowieso al quantité négligeable: koeien slachten, varkens lubben en katten verzuipen hebben er ongeveer de status van volkssport bereikt.

Al deze onregelmatigheden beletten de bewoners evenwel niet om tijdens momenten van vreugde de zijwaartse pasodoble te dansen of walsen en charlestons te spelen op de gitaar en de bandurria. Ondertussen worden missen gelezen voor de gemoedsrust van elkeen.

De zwakheid van het sterfelijke vlees doet er niet toe, mijn zoon, de ziel, die moet stevig zijn, heel stevig zijn!
Deze novelle, mijn eerste kennismaking met Camilo José Cela (1916-2002), deed me niet zoveel. De Spaanse nobelprijswinnaar behoort duidelijk tot de school van de grijnzende karikaturisten, maar het opschroeven van de kleine kantjes van een cultuur is niet per se amusant voor iemand die niet tot die cultuur behoort.

De windmolen deed me een beetje denken aan het toneelwerk van Dario Fo, maar zonder diens scherpte. Aan een dolle fabel over leugen, bedrog en gewetenswroeging valt nog wel plezier te beleven, maar geweld, bijgeloof en eergevoel zijn voor een Vlaming anno 2008 nu eenmaal loze parameters, helaas. Cela's invectieven ("Je loopt maar naar de pomp met je klachten, uilskuiken!") gaan in Nederlandse vertaling ook snel op striptaal lijken.

Het enige waar ik om moest glimlachen: de fletse cover en de makke titel die deze gore vertelling aan het zicht onttrekken.

Pas aan het einde licht Cela de titel op tweeërlei wijze toe. Eén keer wanneer de vader van de veldwachter zich ophangt aan een zolderbalk en zijn armen en benen er als "onbeweeglijke wieken van een molen, futloos en zonder wind" bij hangen. Een tweede maal in een allesomvattende definitie.
Het dorp is als een windmolen die alles fijnmaalt: de vier windhoeken en de vermogens van de ziel, mannen en vrouwen, de noten van de muziek en de rivieren van het land, de zachte meloenen van de droge grond en de geurige bloem van de tijm, de vijanden van de ziel, de drie goddelijke deugden, de tarwe, de gerst, de haver, de rogge en de maïs.’
> lees een fragment uit dit boek op Prins van Denemarken
> ook verschenen in de Ceder-reeks van Meulenhoff:
Na het onweer : verzameld werk - Urmuz

Camilo José Cela, De windmolen : novelle
107 p.
Uitgeverij Meulenhoff, 1985
Oorspr. El molino de viento (1955)
Vertaald door G.J. Geers

____

Geen opmerkingen:

Related Posts with Thumbnails