Luxeproblemen - Adriaan Jaeggi
Een half jaar geleden las ik de zeer overbodige roman Edele dieren van Adriaan Jaeggi, en ik ben nu blij dat ik toen de lust niet had een neersabelende bespreking te schrijven. Ik wist niet dat hij er zo erg aan toe was.
Laat ik dan maar een boek bovenhalen waar ik wel een positieve herinnering aan bewaar: Luxeproblemen, een keuze uit drie jaar (2000-2003) columns die Jaeggi schreef voor de Volkskrant.
Prometheus deed er goed aan een schilderij van de fantastische Jack Vettriano te nemen als voorplaat, anders had ik nooit dezelfde prikkel gehad om een bibliotheekboek te ontlenen van een schrijver wiens naam ik niet eens kon uitspreken (nog steeds niet, eigenlijk).
Een paar dagen later kalkte ik liefst acht pagina's vol met extracten uit Luxeproblemen, en die alinea's en zinsflarden nu herlezend probeer ik te reconstrueren waarom ik Jaeggi destijds een genietbare schrijver vond.
Zijn flierefluiterige, hedonistische instelling zal een rol gespeeld hebben. En Jaeggi kon natuurlijk schrijven. Soepel, evident, blijmoedig. Campert voor de eenentwintigste eeuw. Philippe Delerm mét branie. Martin Bril, maar zonder die zuinigheid. Best jammer dat ik zijn mooie weblog alleen sporadisch bekeek.
Aan zijn columns kon je zien wat voor instantideetjes Jaeggi allemaal kreeg in de flow van het schrijven en de vanzelfsprekende manier waarop hij die dan opnam gaf zijn stukjes kleur en vitaliteit. Jaeggi was ook een van de weinige columnisten van wie ik het kon hebben dat hij heel erg over het hier en nu schreef, inclusief alle namedropping.
"'Slipjes in je jaszak, onbekende telefoonnummers in je gsm, dat maakt allemaal niet uit. Maar zorg in godsnaam dat je niet anders ruikt, anders kun je het schudden.’ Op zijn aanraden had ik een stuk Palmolive van thuis meegenomen. Zelfs als ik me van top tot teen in de Hugo Boss zou dompelen zou Merel de lucht van Laura’s dure avocadozeep van de Bodyshop nog feilloos bespeuren."
Die titel, Luxeproblemen, is overigens op zijn plaats, getuige het areaal aan actuele onderwerpen die deze bundel bestrijkt.
Gebruiksaanwijzingen, National Geographic, digitale camera's, ongelovigheid, Greenpeace, gezeur bij vrouwen, denken aan een gezicht, rijden met een Peugeootje, de lente, in de bus een zitplaats kiezen, natuurkunde, sapdrinkers, omgevallen fietsen, het functioneringsgesprek, treintoiletten, bedelaars, wat ons onderscheidt van de apen, cabaretfestivals, zweten, 'kaal is al bijna normaal', burotica, trotse jonge vaders, gekust worden door een man, Nederlandse toeristen, verdringingsgedrag, keuzemenu’s, modebewuste mannen, zomerjurken, de kreet 'het einde is nabij'.
Achteraf dankt Jaeggi met een knipoog iedereen in zijn omgeving die, bewust of onbewust, heeft gediend als "inspiratie, icoon, klokkenluider, trendsetter, verspieder of verklikker voor deze verhalen".
Nu, mocht ik het boek vandaag herlezen zou mijn oordeel allicht iets strenger zijn. Zo kan ik me met geen mogelijkheid herinneren waarom ik een passage als
"De Verlosser wandelt door de supermarkt. Hij bevrijdt komkommers en kaas uit hun plastic dwangbuizen. Hij prikt gaatjes in de vacuüm koffiepakken, die opgelucht zuchten. Hij steekt armenvol avocado’s in zijn zakken, om ze straks los te laten in de vrije natuur. Met betraande ogen streelt hij de diepgevroren garnalen. Voor hen kan hij niets meer doen.
Dan komen de bewakers en nemen hem mee."
in mijn notities heb opgenomen. Of was het iets schrijftechnisch?
Rest me alleen nog wat meer te citeren, bij wijze van staalkaart van Jaeggi's schriftuur. De signs of the times in woorden gieten, dat kon hij even goed in een uitgekiende paragraaf...
"Al is Nederland een voetbalnatie in verval, al kan dat hele voetballen me eigenlijk gestolen worden en walg ik van die hele romantische verheerlijking van het straatvoetbal door Henk Spaan en dat soort zielige mannen, toch heb ik het gevoel dat het not done is om een bal te laten lopen als je erbij kunt, en voel ik ook dat het vereist is hem met een zeker esthetisch effect terug te spelen. Ik denk dat het minder met voetbal te maken heeft dan met de rituele eenvoud van de beweging: van jou naar mij, van mij naar jou. Een samenspel met vreemden. Even niet alleen zijn. Hoop op een vervolg. Misschien is dat de hoop die erachter zit, dat de bal nog een keer naar je teruggespeeld wordt, dat je in het spel betrokken wordt. Urenlang. Als het donker wordt ga je met zijn allen naar huis. Aan de keukentafel zit iemand op je te wachten, met kaneelkoekjes en een pot warm zweet op het waxinelichtje."
"Dat baby’s lelijk zijn kunnen ze zelf niet helpen. Wie net met proportioneel geweld door een veel te nauw geboortekanaal is geperst ziet er niet geweldig uit. Dit signaleren is natuurlijk uit den boze, maar ook elk gebrek aan enthousiasme wordt als kritiek uitgelegd. Het beschermende ouderinstinct dat in de jungle zo goed van pas kwam zorgt in de tropische hete slaapkamers voor een stille strijd tussen het ouderpaar en de rest van de kudde – wij.
Slecht zelden kom je iemand tegen die zich van die strijd niet bewust is, of zich er niets van wenst aan te trekken. Wij hebben het maar één keer meegemaakt, toen we na drie kwartier onafgebroken complimenten produceren uitgeput in onze stoelen hingen en de bel een nieuwe gast aankondigde. Het bleek een oude olifant van een oom, die de jonge moeder omhelsde, de trotse jonge vader de hand schudde en zijn hoofd diep in de wieg stak. Hij maakte wat troetelgeluiden, zoals ervaren kraambezoekers dat doen, richtte zich, enigszins rood in het gezicht, weer op en sprak toen opgewekt: ‘Ach, in Rusland zeggen ze: de eerste pannenkoek is altijd een klont.’
Toen we weer buiten stonden zei mijn vriendin dat ik daar veel te hard om had gelachen."
"De onaangename gedachtengang wordt gelukkig onderbroken door de bel. De makelaar staat voor de deur. De eerste kennismaking wekt vertrouwen: een man als een wandelende toplocatie, riant maatpak, luxe afgewerkt brilmontuur. Op deze man rust geen erfpacht, dat is duidelijk. Trots leid ik hem rond in ons paradijsje. Jammer dat je iemand niet kunt tonen hoe heerlijk je al die jaren gewoond hebt; hij let voornamelijk op de staat van de muren."
"Onze gast uit Engeland had al na één dag het volledige Amsterdamse programma achter de rug: een schreeuwend troepje jongens dat in de tram op de grond spuugde en oude dames uit de weg duwde zonder dat iemand er wat van zei, zijn vijfjarig zoontje Graham dat bijna overreden werd door scheldende fietsers, en behulpzame Amsterdammers die hem graag de weg wezen naar het Anne Frank Huis, en die allemaal vlekkeloos Engels spraken. Toen hij, verhit en opgelucht, weer bij ons thuis zat bleek ook nog zijn gsm uit zijn tas gestolen."
... als in een enkele, goed lopende zin.
"Voor een korte periode van je leven is je rijleraar de belangrijkste mens op aarde."
"Joep hing als een nukkige stola over haar schouder."
"En dat is precíes waar ik je hebben wil, Anton. Ik wil dat jij de officiële bedrijfshoofddoek ontwerpt voor onze moslimmedewerker."
"Nooit ben ik betrapt. Dat steekt me nog steeds, want ik was een talentvolle dief, maar wat heb je aan een talent als je er nooit met iemand over kunt praten?"
"Demografisch gezien horen wij bij het bevolkingsdeel dat de grootste kans loopt op het ontvangen van geboortekaartjes."
"Ik spreek mezelf streng toe. Wanneer heb ik voor het laatst een dag niets aangeschaft, vorige week?"
"Mijn vriend Otto is zo gelukkig gescheiden dat de meeste huwelijken er bleekjes bij afsteken."
"Sms’en is veel directer dan praten, omdat je niet op je woorden hoeft te letten. Alles wordt meteen gezegd. Het is eigenlijk meer een vorm van gedachten lezen."
(Gebaseerd op notities van 23 april 2006.)
Adriaan Jaeggi, Luxeproblemen
276 p.
Uitgeverij Prometheus, 2004

Geen opmerkingen:
Een reactie plaatsen