dinsdag 6 mei 2008

Koninklijke Hoogheid - Thomas Mann

Een vervelende neurose in mijn aan dwangneigingen toch al niet arme persoonlijkheid is het feit dat ik mezelf niet toesta biografieën te lezen van schrijvers waarvan ik niet eerst alle hoofdwerken doorgenomen heb. Terwijl ik er zoals iedereen op gebrand ben alles over mijn favoriete auteurs te weten te komen.

Ach, troost ik mezelf dan, uiteindelijk komt die werkwijze beide genres ten goede. Allereerst kan je literatuur onbevangen beoordelen op haar merites als fictie, zonder dat biografische dwarsverbanden de aandacht afleiden. Ten tweede voorkom je dat je in een biografie stuit op liefdeloze samenvattingen van die hoofdboeken, die prompt een deel van het latere leesplezier vergallen. En ten derde, als je achteraf de biografie leest is het des te prettiger te weten welk gewicht jijzelf aan deze of gene titel uit het oeuvre toekent. Dan kan de biografie pas echt beginnen te leven: je weet waar het over gaat.

Evident nadeel van bovenstaande methode: het lezen van zo'n back catalogue kan een klus van lange adem zijn. Neem nu Thomas Mann, hoewel ik 'm niet kritiekloos bewonder een van mijn absolute lievelingsschrijvers. Zo'n auteur van wie ik zelfs de nagenoeg onleesbare dagboeken (lees: agenda's) met groot plezier heb uitgevlooid. De man schreef bakstenen van boeken. En ook nog eens het soort turven waar je zuinig mee moet omspringen. Een per jaar.

De verhalen en Dood in Venetië heb ik al gelezen, zodat ik, nadat twee halve zomervakanties opgingen aan De Toverberg en De Buddenbrooks, weer blij was met een kortere roman als Koninklijke Hoogheid -- een opstapje voor de laatste drievuldigheid: Lotte in Weimar, Felix Krull en Doctor Faustus.

Vorm en intimiteit
Koninklijke Hoogheid is een coming of age-roman, gesitueerd in een denkbeeldige natie van achtduizend vierkante kilometer groot en een miljoen inwoners. Wanneer Mann het mooie, rustige decor introduceert, veel gemakzuchtiger en pittoresker dan je van hem gewoon bent, heb je meteen door dat er een pastiche zit aan te komen.

Alleen is het boek nogal dik voor een pastiche, iets dat ook vloekt met die kleinschalige setting. De lezer moet veel for granted nemen, wil hij lang geboeid in het verhaal blijven meegaan. Manns verzinsel biedt de aanblik van een Märklin-achtig landje waar het gras veel te egaal groen is en de boompjes allemaal even groot. Er rijden zelfs sympathieke treintjes in rond!

En dan heb ik niet eens over alle koddige ministers, burgemeesters en dominees die ook op het appel zijn. Of het gegeven dat de aristocratie ook nog eens samenhokt in kastelen en parkjes met namen die in kneuterigheid niet voor de bouwsels van Ludwig II moeten onderdoen: Hollerbrunn, Monbrillant, Jägerpreis, Eremitage, Delphinenort, Fasanerie.

Daar worden bij voorkeur druk bijgewoonde balavonden georganiseerd, door Mann schitterend beschreven.

"De overmoed van het carré verdween tijdens de grande chaîne, die nu begon. Door de hele zaal ging een slingerende, kruisende ketting waarbij men elkaar de hand reikte. De beweging stokte, de stroom veranderde van richting, en nogmaals dansten ze in het rond, al lachend en pratend, onder vergissingen, verwarringen en haastig gladgestreken botsingen."

Gelukkig wordt dit gezapige land bestuurd door een praatgraag maar onbekwaam kabinet dat de inwoners heeft opgezadeld met een latente staatsschuld. Heeft de lezer toch iets om naar uit te kijken.

In deze omgeving groeit Klaus Heinrich op, prins en zoon van de groothertog. Hij heeft een handicap waar hij erg onder lijdt: doordat de scheiding van eivlies en embryo vertraagd werd en zo moeizaam geschiedde dat daartussen draden en strengen ontstonden die de ledematen van het zich ontwikkelende kind afsnoerden, kwam hij ter wereld met een verschrompelde linkerhand.

Allemaal niet bevorderlijk voor het toch al weekhartig joch dat gauw in tranen uitbarst, in tegenstelling met zijn oudere broer die in alle situaties voornaam blijft en zeer streng is in etiquettekwesties.

Klaus Heinrich wordt mede opgevoed door assistent-leraar Raoul Überbein, een man die in zijn leven meermaals het noodlot het hoofd heeft geboden, aldus de superioriteit tentoonspreidt van een man die goed in de boosaardige de wereld heeft rondgekeken en nu van elke pupil dezelfde onverzettelijkheid verlangt. Hij is het die Klaus Heinrich voorbereidt op zijn leven als publieke figuur. Hij waarschuwt de prins meermaals dat zo'n representatieve functie geen recht geeft op direct contact met medemensen.

"Een symbolisch bestaan, Klaus Heinrich, en dus een formeel bestaan. Maar vorm en intimiteit, -- weet u dan nog niet dat het een het ander uitsluit?"

"De geest, Klaus Heinrich, de geest is de ceremoniemeester die onverbiddelijk op waardigheid aandringt, die de waardigheid zelf eigenlijk creëert, hij is de aartsvijand en voorname tegenstander van alle humane gemoedelijkheid."

De enige vorm van populariteit die Klaus Heinrich in zijn latere leven zal vinden, zegt Überbein, is geen erg diepgaande, maar wel "grootse en veelomvattende vorm van vertrouwelijkheid": het algemene respect van de massa.

Op dat moment wordt het stilaan duidelijk dat Koninklijke Hoogheid te begrijpen is als een roman over de offers die men moet brengen op het altaar van de plicht. De strenge lessen van Überbein staan immers haaks op het sensibele, nieuwsgierige karakter van Klaus Heinrich. Prachtig is de passage waarin de prins op een keer de lege zalen van het kasteel inspecteert en terwijl hij in gedachten verzonken over de spiegelende vloer voortschrijdt zijn lotsbestemming voorvoelt.

"Strenge, lege pracht heerste hier, en een formeel evenwicht in de inrichting, dat zich zelfingenomen, los van alle doelmatigheid en comfort, tentoonspreidde… een verheven en gespannen dienst, dat wel, die verre van gemakkelijk en behaaglijk leek te zijn, die je verplichtte tot discipline en zelftucht en beheerste onthouding, maar waarvan het doel naamloos bleef. En het was koud in de Zilveren Zaal met de kaarsen, net als bij de sneeuwkoningin, waar kinderharten verstarren."

Waakzaam verstand
En dan gebeuren twee onvermijdelijke dingen. Zijn vader sterft...

"Groothertog Johann Albrecht stierf aan een verschrikkelijke ziekte, die iets naakts en abstracts had en eigenlijk met geen andere naam kon worden aangeduid dan de Dood. Het was of de Dood, zeker van zijn recht, in dit geval elk masker en iedere vermomming versmaadde en rechtstreeks in eigen persoon verscheen, als de ontbinding zelve. Het was in wezen een aantasting van het bloed, ontstaan door inwendige infecties, en een ingrijpende operatie, die werd uitgevoerd door de directeur van de universiteitskliniek, een chirurg van naam, kon het voortschrijdend verval niet eens vertragen."

... en zijn oudere broer Albrecht, die zich ontpopt als een lethargische, ongeïnteresseerde troonsopvolger (en door een gemakzuchtige Mann onbevredigend wordt neergezet), vraagt Klaus Heinrich om praktisch alle activiteiten die een publiek optreden vergen van hem over te nemen.

Vlugger dan verwacht wordt de prins dus voor de leeuwen gegooid: audiënties verlenen, eerstesteenleggingen bijwonen, de menigte toespreken, dat soort dingen. Het loopt niet zo lekker. Klaus Heinrich verschrompelt zienderogen bij grote plechtigheden, klaagt dat hij niet in gezelschap kan opgaan, dat hij willens nillens het middelpunt van de aandacht blijft.

"Zijn leven was nooit meer echt alledaags, zonder echte realiteit, het bestond uit louter hooggespannen momenten. Overal waar hij kwam was het een dag van festijn en eerbetoon, daar verheerlijkte het volk zichzelf in het feest, daar werd het grauwe leven verhelderd en veranderde het in poëzie. De hongerlijder veranderde in een eenvoudig man, de gribus in een vredige hut, vuile straatkinderen veranderden in keurige kleine meisjes en jongens in hun zondagse goed, de haren met water gladgekamd, een versje op de lippen, en de saaie burger werd zich in zijn geklede jas en hoge hoed met ontroering bewust van zijn eigen waardigheid."

En zo wordt, doordat ik in een land woon waar politici zich minder en minder in achterafzaaltjes met hun kiezers onderhouden maar vooral via journalisten hoogte proberen te krijgen van de burger, deze honderd jaar oude roman ineens weer actueel. Klaus Heinrich blijkt niets af te weten van belastingen, van honger, van oorlog; het enige erge in zijn leven tot nu toe was de dood van zijn vader.

Als contragewicht heeft Mann dan inmiddels de ravissante Imma Spoelmann opgevoerd, waar Klaus Heinrich een boon voor krijgt. Een romance die snel wordt opgepikt door de plaatselijke courant De IJlbode "die niet de gewoonte had een nieuwsbericht op te offeren aan zijn fijngevoeligheid" en met smaak wordt gesavoureerd door het gewone volk, "dat altijd het ongewone en onvoorstelbare op romantische wijze weet samen te vatten".

Imma, voor de goede orde, is de dochter van 'spoorwegkoning' Samuel N. Spoelmann, die in Amerika fortuin heeft gemaakt. Met haar aangeboren hardheid en waakzaam verstand zal zij haar aanbidder intellectueel de goede kant op sturen. De plompe, al te didactische manier waarop Mann het nut van deze liefdesgeschiedenis beschrijft is overigens een afknapper.

En omdat ik via dagbladen en internet mijns ondanks toch een basisbiografie van Mann in mijn hoofd heb zitten, weet ik dat Mann in deze figuur zijn eigen vrouw Katharina Pringsheim heeft geportretteerd. Zij heeft immers net als Imma wiskunde gestudeerd en zou ook in het echte leven de eerste manager worden van de schrijver.

Soit. Imma's pragmatisme uit de nieuwe wereld vormt wel een dankbaar contrast met de vastgeroeste tradities van het oude Europa. Daar moest alles sowieso op uitdraaien, want had Mann in het begin van zijn boek niet geopperd:

"Het kwaad begint al met het feit dat vorsten boeren zijn; hun vermogen bestaat uit grond en landerijen, hun inkomsten uit de opbrengst van boerenbedrijven. (…) Ze hebben tot op heden niet kunnen besluiten industriëlen en financiers te worden. Ze laten zich met betreurenswaardige hardnekkigheid leiden door bepaalde verouderde en ideologische grondbegrippen, bij voorbeeld door trouw en eergevoel."

Of de noeste zelfstudie van Klaus Heinrich (cursussen wiskunde, algebra, economie) uiteindelijk zal leiden tot een sanering van de staatsbegroting leest u zelf maar na.

Thematisch is Koninklijke Hoogheid in zekere zin de antipode van De Buddenbrooks, het magistrale boek dat Mann de Nobelprijs opleverde. Terwijl het succes van het geslacht Buddenbrook van generatie op generatie langzaam taant doordat de insijpeling van wereldse en zelfs artistieke geneugten een verwekelijking van het karakter van de zaakvoerders met zich meebrengt, is het in Koninklijke Hoogheid juist een doorgedreven protocol dat mensen het zicht op de wereld ontneemt.

Hoe dan ook, Mann blijft ook hier een van de beste klassieke vertellers die de wereldliteratuur te bieden heeft -- de ene verbluffende zin volgt de andere op, ook in deze uitstekende vertaling -- alleen jammer dat zijn satire zo doorzichtig is. Neem bijvoorbeeld de flauwe symboliek in de naam van zijn hoofdpersoon: een mix van Thomas' oudere broer Heinrich en zijn eerste zoon Klaus.

> lees een fragment uit dit boek op Prins van Denemarken

Thomas Mann, Koninklijke Hoogheid
320 p.
Uitgeverij De Arbeiderspers, 1993
Oorspr. Königliche Hoheit (1909)
Vertaald door Tinke Davids

____

1 reactie(s):

Anoniem zei

Hallo,
Mooie samenvatting en review op Koninklijke Hoogheid. Ik heb het gelezen toen ik nog erg jong was. De belangrijkste boodschap die het mij gaf was dat het geen voorrecht hoeft te zijn om als een prins geboren te worden. Je moet immers voldoen aan allerlei formaliteiten, die zeer indruisen tegen de persoonlijkheid van de gemiddelde mens. De scene waarbij zijn geliefde zijn misvomde hand kust is mij overigens als zeer romantisch en symbolisch ten deel gevallen.
Terug peddelend naar de realiteit van nu begrijp ik de rol van onze Alexander en waarom hij zo raar praat. En ook waardeer ik dan de publieke functie die hij, ook een beetje als slachtoffer, vervult.
Tenslotte begrijp ik door dit boek de liefde voor het koningshuis, die vorm krijgt in het hart, niet in het hoofd. En waarbij ik mij graag onberedeneerd bij aansluit (vooral Maxima!)

Jij dan?

groet,

Rinus

Related Posts with Thumbnails