zaterdag 26 april 2008

Stadsogen - Martin Bril

Deze columns laten zich zo vlot lezen, dat het lijkt of ze niet geschreven zijn. In sommige middens klinkt dat vast als een ongelooflijk compliment, maar zo bedoel ik het niet.

Ik houd het meest van taal waar je stevig op moet kauwen, teksten die wrijven. Columns als schuurpaal.

Maar Martin Bril is een typisch Nederlandse schrijver. Alles wat ook maar de schijn heeft van aanstellerij wordt geweerd. Gehoorzame jongen dus, die Bril, maar wellevendheid is helaas niet het criterium waar ik literatuur op afreken.

Brils minimalisme geldt in het bijzonder voor zijn onderwerpen. Met zijn Amsterdamse miniaturen zoekt hij het gewone op in het straatbeeld. Hij luistert gesprekken af, informeert naar de nieuwste roddels, gaat ergens op een bankje zitten en tekent op wat zijn ogen hem ingeven. De alledaagsheid wordt eventjes op een sokkel gezet.

Een Peter van Straaten doet eigenlijk hetzelfde in zijn tekeningen, maar bij hem schuilt er wel degelijk drama in die twee zinnetjes tekst die zijn cartoons ondertitelen. Bril is columnist en dus dient er om een op zich wel aardig gegeven nog een hele lap tekst gebreid. Die het geheel wat mij betreft danig verdunt.

Daarbij speelt in zijn nadeel dat veel van zijn miniaturen in twee, drie pagina's niet evolueren. Het is stilstaand water, waar de lezer af en toe zijn eigen reflectie in kan zien. Natuurlijk is het dan schattig wanneer papa Bril aan zijn dochter oorlog op televisie moet uitleggen, of het eventuele bestaan van een opperwezen. De stilte die alleen maar op zo'n vraag kan volgen.

Die paar keren dat Bril zijn actieradius verlegt, gaat hij naar de rechtzaal of woont hij een politieke meeting bij. Die laatste columns las ik wel graag. Bril weet heel goed dat muisgrijs geschuifel van Hollandse technocraten te vatten. Zo'n Melkert, bijvoorbeeld.

Voor de rest kan je hier en daar inderdaad een glimp opvangen van Brils talent om met een beperkte woordenschat een haarfijne foto te maken.

"De man aarzelde. Hij stond bijna in de HEMA, maar de laatste stap durfde hij niet te nemen. Toch was het alsof zijn beweging zich doorzette, zo de winkel in, recht op de schappen af waar hij wezen moest. Mentaal was hij binnen, als het ware, al weer klaar ook, onderweg naar de kassa, het geld in de hand."

"‘Twee koffie verkeerd,’ zei Carla, op die toon die vrouwen alleen tegen elkaar aanslaan."

"In de deuropening van café Rooie Nelis in de Jordaan stond een jongeman te telefoneren. Hij had zwart haar dat glad over zijn hoofd lag. Hij droeg een blauw pak en een roze overhemd, dat zodanig openstond dat de punten van de boord als bladen van een exotische boem op zijn schouders lagen. Terwijl hij belde, peuterde hij in zijn neus. Hij had iets van een goochelaar."

Ook technisch kan ik een heleboel van hem leren. Manieren om zinnen te bouwen die ik zelf nooit aanwend.

De efficiëntie van de pars pro toto.

"Schuimkraag haalde zijn schouders op."

Hoe een zin vaart te geven door het adjectief te isoleren.

"Zijn rijwiel was een Bavatus Locarno, paars."

Niet schrijven 'De jongen die een boek van Virginia Woolf zat te lezen' maar:

"De jongen met Virginia Woolf keek verstoord op uit uit zijn verweerde paperback."

Op de tekenacademie wordt aan pupillen weleens de opdracht gegeven een minuut lang een vaas te observeren, om die daarna zo gedetailleerd mogelijk weer te geven op papier. Zonder te kijken. Deze miniaturen doen me nog het meest daaraan denken. Waarbij zij aangetekend dat Bril een superieure leerling is.

Mocht ik een cursus Creatief Schrijven geven, wat ik nooit zal doen omdat ze zinloos zijn, dan zou ik bij wijze van praktijkvoorbeeld mijn gehoor grondig laten studeren op het stukje 'Put' uit deze bundel.

De wijze waarop Bril daarin zijn materiaal ordent, zijn visuele indrukken in de juiste volgorde zet zodat ze onder spanning komen te staan, is razend knap. Want hij heeft opnieuw geen pointe ter beschikking en weet van een tafereel waar iedereen aan voorbijloopt -- een paar straatwerkers met een vaag klusje -- toch iets te maken.

"De situatie is als volgt: er zit een put in de weg. De put komt uit op de riolering. Hij staat al weken open. Ernaast bevinden zich een grote generator en een pomp. Daaromheen staat weer een gammel hek.
Er komt een dikke, donkerblauwe slang uit de put. Hij slingert zich een weg naar de gracht verderop. Daar verdwijnt de slang in het water. De pomp staat dag en nacht te dreunen. De slang trilt als een dier.
Er zijn bij de put zeven mannen betrokken. Ze komen iedere ochtend als het nog donker is met een busje uit de kop van Noord-Holland, zetten bij aankomst een oranje helm op, trekken zich terug in hun bouwkeet om koffie te drinken en sloffen daarna richting put.
Ze stellen zich in een cirkel op.
Rond de put.
Af en toe schopt een van hen tegen de slang, soms kijkt een ander even vorsend in de diepte, in een wisselende volgorde maken ze een voor een gebruik van het mobiele toilet naast de bouwkeet. Tegen halftien is iedereen geweest, hebben ze allemaal drie shaggies gerookt en slenteren ze terug naar de keet.
Schaft."


En dan zitten we nog maar op een derde van het verhaal.

> lees een fragment uit dit boek op Prins van Denemarken
> meer van deze auteur op Achille: De Franse slag - Martin Bril

Martin Bril, Stadsogen : nieuwe Amsterdamse miniaturen
239 p.
Uitgeverij Prometheus, 1999

____

Geen opmerkingen:

Related Posts with Thumbnails