maandag 7 april 2008

De zwaardvis - Hugo Claus

De reden waarom veel van het proza van Hugo Claus alras zal wegzakken in de vergetelheid, is zijn vaak ontstellend ouderwetse thematiek. De novelle De zwaardvis is daar een goed voorbeeld van.

Net wanneer Claus de kans kreeg met dit boekenweekgeschenk een publiek van honderdduizenden te bereiken en te bekoren, kwam hij aanzetten met een oubollige dorpshistorie en godsdienstwaanzin.

De ongeloofwaardigheid van deze novelle dempte mijn enthousiasme danig. De zwaardvis is uitstekend geschreven, in een stuk of wat uiteenlopende registers dan nog wel, maar het katholicisme is zo schel aanwezig dat ik er koppijn van kreeg.

Dat fanatiek religieuze komt tot ons in de persoon van Maarten, een kind van vrijzinnige, gescheiden ouders dat bedorven wordt door de devote schooljuffrouw Dora. Zij lepelt hem allerlei godsdienstige waandenkbeelden in, waaronder een verschroeiend antisemitisme.

De kleine Maarten ziet zichzelf als de moderne, fellere incarnatie van Jezus. Hij wil niets minder dan de Heiland zijn (in Maartens premature vocabulaire steevast "de eland" genoemd). Als Jezus van oudsher wordt gesymboliseerd door het beeld van de vis, dan is hij de zwaardvis, die geen genade kent voor zondaren.

Doorheen zijn novelle laadt Claus het beeld van de zwaardvis op door allerhande steektuigen te introduceren, van het plastic zwaard waarmee Maarten molenwiekend rondloopt en de zilverberken geselt, tot de kleinste houtsplinter.

"Maarten houdt de houtsplinter voor zijn neus, buigt zich ver voorover, zoemt en smelt langs de wegspringende schapen. Zijn spies, zijn zwaard, is niet scherp, niet lang genoeg, maar het geeft niet. Hij is net zo min een echte zwaardvis als Jezus een vis is. Het is een metaalfoor. Zoals in de gewelfde wijnkelders van Rome de Katholieken, die daar schuilden voor de politie van keizer Nero die hen naar de leeuwen wilde gooien, een vis tekenden op de muren. Om elkaar signalen te geven. De Katholieken waren de vissers en Jezus de vis, tegelijkertijd de grootste, de mooiste, de sterkste, de slimste vis van alle zeeën. De grootste? De walvis is geen vis. De dolfijn? Die is te tam, een Flipper, altijd klaar om te helpen, die kun je niet serieus nemen. De haai, ja, maar die is écht gemeen. Nee, er valt niet over te discussiëren, de edelste is de zwaardvis. Links van Maartens bank in de klas op de plat. Glad als een onderzeeër, een stalen gestroomlijnde lange ballon, met stekelvinnen, Xiphias gladius. Zijn vlees is niet te eten, hij slaapt nooit, hij weegt duizend kilo, zijn zwaard is scherper en sneller dan dat van Zorro. Hij wordt alles gewaar, de dode vissen, de zieke vissen, de vissen met een letsel die kuchen, en dan flitst hij erheen en slokt ze op. Hij valt walvissen aan en hoewel hij nooit hysterisch is, valt hij ook boten aan waarvan hij denkt dat zij zich als walvissen vermomd hebben en dan breekt zijn zwaardpunt soms af maar die groeit bij mirakel meteen weer aan, want hij moet als de bliksem, engelachtig en beestachtig tegelijk, de zondaars en de tollenaars aan mootjes hakken. Donkerpaars in de ijskoude stromen onder zee."

Hoe wondermooi de zwaardvis-allusies ook zijn, die Maarten verpestte het voor mij. Een pathologisch gelovige snotneus? Anno 1989? Ga weg, meneer Claus. (De mogelijkheid dat het verhaal pakweg speelt in de jaren vijftig moet uitgesloten worden, aangezien er ergens melding wordt gemaakt van cd's.)

Met de andere personages had ik wel vrede -- de dominante Sibylle Verhegghe, de schabouwelijke schoolmeester Willy Goossens, de gesjeesde en drankzuchtige veearts Richard -- maar dan stelt zich een tweede probleem: dat Claus zijn verhaal per se wil uittekenen volgens de antieke mythologie. En ik zie daar (behalve de schoonheid van Claus' technisch vernuft om alles naar de leefwereld van een Vlaams kleinburgerlijk gezin te boetseren) de meerwaarde niet van in.

Weinig figuren uit de mythologie kunnen immers meer dan mijn plichtmatige interesse opwekken, en daar is de figuur van Cybele (Rhea bij de Grieken) niet bij. Cybele, lees ik bij de Wiki's van deze wereld, stond bij de Frygiërs bekend als de moedergodin en de godin van de vruchtbaarheid. Zij werd verliefd op de jonge Attis. Naargelang de bron castreerde Attis zichzelf omdat Cybele zijn liefde niet meer beantwoordde of werd hij door Cybele krankzinnig gemaakt, waarna Attis zichzelf ontmande. Pikant detail: priesters die later de Cybele-riten naleefden dienden voortaan eunuch te zijn.

In Maarten kunnen we dus die Attis zien, al kan de naam 'Maarten' ook verwijzen naar de jonge vegetatiegod Marsyas -- waar Claus in De Oostakkerse gedichten al eerder een gedicht over schreef ('Marsua').

En moderne eunuchen te over in De zwaardvis. Geen types die de zelfcastratie voltrekken, dat natuurlijk niet meer, maar wel weke mannen die met hoge meisjesstemmen spreken, gedwongen worden tot travestie of simpelweg impotent zijn. Dat is de manier waarop Claus dat klassieke materiaal omzet.

In de artistiek aangelegde dorpsonderwijzer Goossens lijkt Claus een didactisch personage te hebben willen introduceren. Hij is het immers die naarstig werkt aan een declamatorium voor een plaatselijke culturele vereniging: zijn "opus I", Cybele genaamd, waarin hij, jawel, zijn heimelijke liefde voor Sibylle in plechtstatige verzen bezingt.

"Vandaar dat hij nu aan zijn eikehouten bureautje zit in een annex van de woonkamer, van de woonkamer en de keuken gescheiden door een halve muur. De lucht van soep en uien daalt weerkaatst door het plafond over zij haar en zijn papieren. Haar plotse gilletjes, als een breipen losschiet of als zij zich stoot, haar boeren en winden dringen door in zijn delicate, raadselachtige, creatieve gedachten waarvan de neerslag Cybele heeft besproeid."

Die uitleggerige schoolmeester is een kunstgreep om het grote publiek een béétje op weg te helpen in de mythische wirwar van Claus' universum.

Voor wie Claus' oeuvre niet kent biedt De zwaardvis sowieso een uiterst compacte roundup van 's mans werkwijze. Het werken met per hoofdstuk telkens een andere centrale figuur wendt Claus al aan in zijn debuut De Metsiers; de vraaggesprekken van de commissaris vind je in Onvoltooid verleden; de extatische jongeling komt onder meer voor in Omtrent Deedee.

Met de sullige Goossens (die steeds een antiek zakwoordenboek bij de hand heeft) heeft Claus denk ik ook zijn eigen mythologiserende reflexen willen bespotten.

Toch ligt de lat hoog en het siert Claus dat hij in deze zoveelste goed betaalde opdracht geen knieval heeft willen maken voor het grote publiek. Hoe bewust Claus in zijn carrière ook geweest is van alle media-aandacht, en welk een virtuoos bespeler van diezelfde media (tot ergernis van velen), in zijn werk heeft hij zelden concessies gedaan.

Maar zelfs als ik de zware roomse gordijnen wegschuif biedt deze novelle te weinig om hem te rekenen tot mijn prozafavorieten in Claus' oeuvre.

Fijn daarom dat de zinnen in De zwaardvis goed beboterd zijn met poëzie. Dat hielp me het einde te halen. Ik ben een vreselijke zoetekauw als het op stafrijmen en binnenrijmen aankomt, en Claus schudt ze achteloos uit zijn mouw.

"Dwars door het onaflatende gesmaal van de Farizeeërs met hun Joodse tabaarden, tulbanden, tabaksbaarden hoort Maarten zijn moeder roepen."

> lees een fragment uit dit boek op Prins van Denemarken

Hugo Claus, De zwaardvis
95 p.
Een uitgave van de Stichting Collectieve Propaganda

van het Nederlandse Boek ter gelegenheid van de Boekenweek, 1989
____

3 opmerkingen:

ijsbrand zei

Een vraag die zich wel opdringt, hoe komt een geschenk van de Nederlandse boekhandel in Vlaanderen terecht?

Achille van den Branden zei

Precieser: hoe komt zo'n geschenk in de Vlaamse bibliotheek terecht?

Geen idee, maar daar moet iets structureels achter zitten, want de CPNB-uitgaven zijn erg goed vertegenwoordigd in onze librijes.

Tik maar 'CPNB' in in Winob (West-Vlaams netwerk) of Ovinob (Oost-Vl. netwerk):

http://winob.cevi.be/webopac/vubis.csp

http://www.ovinob.be/pcc/

Achille van den Branden zei

En de meeste Vlaamse bibliotheken werken met 'zichtzendingen'. Dit zijn dozen met het nieuwe boekenaanbod, aangedragen door de betere boekhandels in de streek, waar bibliothecarissen dan hun keuze uit maken.

Related Posts with Thumbnails