woensdag 16 april 2008

Beroemd! - Anton Moonen

Ik had veel plezier beleefd aan de Kleine encyclopedie van het snobisme die Anton Moonen in 2000 het licht liet zien, dus was de lectuur van Beroemd! een logische stap.

Deze 'kleine encyclopedie van de roem' is alleen veel minder leesbaar omdat het opzet niet deugt. Het vorige boek had teksten van een behoorlijke lengte, hier verdwaal je tussen al die korte lemmata.

Op zo'n manier een stukje cultuurgeschiedenis opsplitsen is niet alleen lui (je hoeft geen synthese te maken) en laf (een lezer verliest het overzicht en ziet nauwelijks wat er ontbreekt) maar ook nutteloos. Beroemd! gaat immers gebukt onder twee problemen.

Eerst is er de hemeltergende vaagheid van de definities.

"FILOSOFIE is synoniem met wijsbegeerte. De filosoof is een wijsgeer, een deskundige in het wijsgerig stelsel, iemand die zijn status door nadenken heeft bereikt. De filosoof die zich enkel met bovennnatuurlijke zaken bezighoudt is een metafysicus. De roeping van elke filosoof is de mensheid goed te doen. Dit ‘goed’ kan de vorm hebben van een manifest, een discipline, een methode, een synthese, een ideologie, een theorie, een logica: een nieuwe manier van denken en beleven. Geen wonder dat maar weinig aspirant-beroemdheden zich in deze sector wagen!"

Ten tweede wordt elk begrip, naar aloud filosofisch gebruik, gedefinieerd aan de hand van termen die zelf ook eerst definiëring behoeven. Nu staan de meeste van die termen dan ook wel elders in het boek uitgelegd, maar niet zelden wordt in die definitie weer de eerste term gerecycleerd. Net als in het grapje met de woordenboeken.

Aldus wordt Beroemd! een irritant spiegelpaleis van abstracte grootheden.

"ERNST maakt vaak een indruk van soberheid en vreugdeloosheid. Maar ook van vastberadenheid, zelfrespect en waardigheid. Een ernstige persoonlijkheid gedraagt zich gereserveerd en is alleen geïnteresseerd in wat wezenlijk is."

"GEMAK is een uiting van vrijheid, zekerheid en natuurlijkheid. Het is een toestand waarin men zonder onrust, vrees, schaamte of verlegenheid is. Iemand die zich op zijn gemak voelt, spreekt vlot en gedraagt zich ontspannen, handig en laconiek. Gemak kan tevens op een bepaalde materiële welstand duiden. Wie uit wil stralen zich op zijn gemak te voelen moet zich ‘natuurlijk’ en bevallig gedragen. Zodra er inspanning aan te pas komt, is het geen gemak meer."

Voor de rest graast Moonen de celebrities uit de wereldgeschiedenis af op geestige anekdotes. Je komt te weten dat Edward III een speciale seksuele stoel liet bouwen en dat Frederik I van Pruisen een verzamelaar was mannen en vrouwen langer dan twee meter twintig, dood of levend. En dat het zeventiende-eeuwse Franse woord 'mannequins' afkomstig is van het oud-Nederlandse 'mannekijn' of kleine man, waarmee oorspronkelijk een paspop werd bedoeld.

Iets van Moonens dédain uit zijn eerste encyclopedie vind je ook in dit boek terug ("Veel prime-time programma’s confronteren ons met de tegenpolen van de bevalligheid zoals traagheid van geest, onwellevendheid en frustratie"), maar al doet hij nog zo'n best om fijntjes uit de hoek te komen, zijn beweringen hebben zelden de kwaliteit van oneliners, zodat een en ander doodslaat door de beperkte plaats die hem hier steeds is toegemeten.

Moonens misprijzen is trouwens misplaatst, want hij schrijft zelf het proza uit de dure glossy, dat zich sjieker voordoet dan het op het tweede gezicht kan waarmaken. Echt informatief wordt het ook nooit. Wat moet een lezer bijvoorbeeld aanvangen met wat staat onder het kopje 'Comfort'?

"COMFORT is synoniem met gemak en gerieflijkheid. Het is oorspronkelijk een Engels woord, afgeleid van het Franse werkwoord conforter of ‘bevestigen, steunen’. Ook beroemdheden hebben een plekje nodig waar ze tot rust kunnen komen. Sommige kiezen ervoor geen eigen woning te hebben en berusten in het bohémienleven. Heinrich Heine, Jacob Meyerbeer, Laurence Sterne, Cervantes Saavedra, Coco Chanel en Lord Byron voelden zich allemaal veel beter in een hotelkamer. Inderdaad een veilige manier om zich tegen een lege ijskast en opdringerige handtekeningenjagers te beschermen; maar dat hangt natuurlijk altijd een beetje van de geschiktheid van het personeel van het gekozen etablissement af. Enkele, soms zelfs zeer respectabele bekende persoonlijkheden schijnen de neiging te hebben van hun hotelkamer een gigantische puinhoop te maken. Dit gebeurt inderdaad weleens, maar meestal zijn het puberende beroemdheden, die menen dat dit privilege nu eenmaal bij hun image hoort.
Andere beroemdheden staan erop een paar villa’s of kasteeltjes te bezitten, met hier en daar een niervormig zwembad, een palmenstrand of een fitnessruimte. Inclusief een paar bodyguards natuurlijk die het hele domein bewaken. Als de beroemdheid bereid is zich te verlagen tot de wereld van de makelaars, of deze onmenselijke opgave uitbesteedt aan een vertrouweling, dan staan hem natuurlijk verschillende mogelijkheden open. Hij kan, zoals de Vanderbilts, een exacte kopie van het kasteel van Napoleon op 5th Avenue laten verrijzen (hoewel boze tongen beweren, dat deze familie niet eens in staat was de Empire van de Louis XV-stijl te onderscheiden), maar ook een reeds opgetrokken bouwsel op Sardinië of aan de Vecht, in Bel Air of in Saint Tropez bemachtigen. Vaak verplicht zijn standing hem zich tussen andere beroemdheden te vestigen, op een plek waar het aantal beroemdheden per vierkante kilometer het dichtst is. dan is het zaak zeer oplettend te zijn. De buren kunnen net zo goed een befaamde torero met zijn onoverzichtelijke familie zijn, als een seniele ex-first lady."


Het beste is om dit boek dan maar te beschouwen volgens het principe 'the medium is the message'. Het gaat niet alleen over levenskunst, het doet ook aan levenskunst: Moonen gaat als een balletdanser om met grote woorden en doet er zijn voordeel mee. En net zoals Oscar Wilde de helft van zijn bons mots jatte van zijn goede vriend, de Amerikaanse schilder James Whistler, doet Moonen beroep op een gamma van (veelal Franse) schrijvers om zijn encyclopedie toch wat te kruiden. En eerlijk is eerlijk: bepaalde quotes had ik niet willen missen.

"Esprit is noodzakelijk om goed te spreken; intelligentie voldoet om goed te luisteren." Gide

"Vele werken danken hun succes aan het feit dat de middelmatigheid van de ideeën van de auteur precies aansluit bij de middelmatigheid van de ideeën van het publiek." Chamfort

"Datgene wat het publiek je verwijt, cultiveer het, het is je persoonlijkheid." Cocteau

"Men levert kritiek wanneer men zelf geen kunst kan maken, net zoals men verklikker wordt wanneer men geen soldaat kan zijn." Flaubert

"Een originele artiest kan niet imiteren. Hij hoeft dus maar te imiteren om origineel te zijn." Cocteau

"Niemand is een held voor zijn kamerdienaar." Frans gezegde

Het mooist is nog het bekende gedicht 'Publikum' van Theodor Fontane, dat Moonen in zijn geheel citeert.

"Das Publikum ist eine einfache Frau,
Bourgeoishaft, eitel und wichtig,
Und folgt man, wenn sie spricht, genau,
So spricht sie nicht mal richtig.

Eine einfache Frau, doch rosig und frisch,
Und ihre Juwelen blitzen,
Und sie lacht und führt einen guten Tisch,
Und es möchte sie jeder besitzen."


(Gebaseerd op notities van 18 januari 2007.)

> lees een fragment uit dit boek op Prins van Denemarken
> uitgebreide bibliografie in de commentaren hieronder
> Moonen over zijn boek in De Avonden (vpro.nl)

Anton Moonen, Beroemd! : kleine encyclopedie van de roem
285 p.
Uitgeverij Cossee, 2005

____

2 opmerkingen:

Achille van den Branden zei

Mémoires pour servir à l'histoire des mœurs du XVIIIe siècle – Charles Pinot Duclos
Picasso – Joseph Chiari
Dictionnaire philosophique – Voltaire
Mémorial de Sainte-Hélène – Napoleon Bonaparte
Zuleika Dobson – Max Beerbohm
Mémoires – Louis XIV
Correspondance – Descartes
Emile – Jean-Jacques Rousseau
The Great Gatsby – F. Scott Fitzgerald
Maximes – Nicolas de Chamfort
Traité du Beau – Voltaire
La Distinction – Pierre Bourdieu
Du Dandyisme et de George Brummell – Barbey
Figures et formes de la Décadence – Jean de Palacio
Les Caractères – La Bruyère
Histoire de la folie – Michel Foucault
Die Massenpsychologie des Faschismus – Reich
Sir Richard Steele
Conseils à un jeune homme – Mirabeau
Nicolò Machiavelli
Suetonius
On blondes – Joanna Pitman
Discours sur l’Histoire universelle – Bossuet
Madame Bovary – Flaubert
Absent Fathers, Lost Sons – Corneau
Marilyn – Mailer
Pilgrim’s Progress – Bunyan
De bio’s van Zweig
Opinions des anciens philosophes – Diderot
Black Diaries – Sir Roger Casement
Bikini! – Beate Berger
Essais – Montaigne
Who’s Who
Bottin mondain
Guiness Book of Records
Memoirs of Gramont – Anthony Hamilton
Sexuel Personae – Camilla Paglia
Boek van de Hoveling - Baldassare Castiglione
The Book of Snobs – William Makepeace Thackeray
Francis Bradley
Thérèse van Lisieux
Statusangst – Alain de Botton
Historia Naturalis – Plinius
Mephistopheles – Goete
Introductie tot het vrome leven – François de Sales
Grooming, Gossip and the Evolution of Language – Robin Dunbar
A Woman of No Importance – Oscar Wilde
La Terre et les rêveries de la volonté – G. Bachelard
Les dictateurs – J. Bainville
The Glitter and the Gold – C.V. Balsan
From Dawn to Decadence – J. Barzun
Dictionnaire de la bêtise – G. Bechtel en J.-C. Carrière
Frédéric de Hohenstaufen – Benoist-Méchin
Louis XIV – L. Bertrand
Cioran, l’hérétique – P. Bollon
Discours sur l’Histoire universelle – J.B. Bossuet
The Evolution of Desire – D.M. Buss
Appearance and Reality – F.H. Bradley
Les Séducteurs du Cinéma français – P. Cadars & Veyrier
Sartor Resartus – T. Carlyle
Caractères et anecdotes – N. de Chamfort
Louis XIV par lui-même – M. Déon
Kleine Kulturgeschichte der Lüge – S. Dietzsch
Very Special People – F. Drimmer
La Nuance – A. Duchesne & Leguay
Dandys : Virtuosen der Lebenskunst – G. Erbe
Les belles citations de la littérature française – E. Genest
Freaks – L. Fiedler
Gombrowicz ou la parodie constructive – M. Glowinski
U zegt het maar – C. Habbema
A Portrait of the Artist as a Young Man – J. Joyce
Les Guêpes – A. Karr
Famous Sayings and their Authors – E. Latham
Le savoir-vivre – M.-F. Lecherbonnier
Le siècle de Kafka
Peter the Great – R.K. Massie
Dictionnaire des dictons, proverbes et maximes – P. Ripert
Introduction à la vie dévote – F. de Sales
The Embarrassment of Riches – S. Schama
English Eccentrics – E. Sitwell
Histoire de Beauté – G. Vigarello
Decline and Fall – E. Waugh
Eccentrics – D. Weeks en J. James
The Rich Are Different – J. Winokur

Anoniem zei

bedankt voor uw kritiek. behoor ik bij de antiquités of bij de nieuwkomers?
met oprechte groet,
anton moonen

Related Posts with Thumbnails