zondag 2 maart 2008

Na het lezen van enige recensies op Recensieweb.nl [2]

Naar aanleiding van Babilonia's repliek [in de commentaren hier], waarvoor dank.

1.
Het stukje van zaterdag ging me om het vaak falend stijlgevoel van de besprekers daar, én de rare, schoolse reflex van vrijwilligers om ook hun boekrecensies op te tuigen met lauw, flauw en slaapverwekkend vakjargon. Die twee dingen maken van Recensieweb een nogal triest reservoir van mediocer geschreven opinies -- afgezien van de gedwongen proefneming van gisteren slaag ik er doorgaans niet in vijf van hun besprekingen na elkaar te lezen.

Maar: het was ook een richtlijn voor mezelf. Meestal blijven mijn besprekingen verschoond van de vijftig ondingen die ik noemde, maar trouwe lezers van Achille kunnen met evenveel gemak een lijstje aanleggen van mijn hebbelijkheidjes. (Het verbaast me telkens weer dat sommigen dit weblog nog steeds zien als het product van een collectief; in elke bespreking haal ik mijn eigen tics er zo uit.)

2.
Ik had het over gebrek aan stijl. Ik heb simpelweg geen vertrouwen in het esthetisch vingertoppengevoel van recensenten bij wie geen alarmbel gaat rinkelen wanneer zij in hun kladversies op drab stoten als 'poëtische woordcombinaties', 'doorgestokenkaartgehalte' en 'thrillerachtige spanning'. Noch in besprekers die weinig verder komen dan het grijze taaltje van 'plotontwikkeling', 'zinsconstructies', 'verhaalelementen'.

Daarmee zeg ik niet dat recensenten zich ineens moeten gaan uitputten in poëtische taal om het cliché te weren. Integendeel, ik merk dat wanneer journalisten boven hun macht gaan schrijven en hun bespreking er heel literair willen doen uitzien, ze meestal teruggrijpen naar wat ik noem de 'lexicale noodgreep'. Dan persen ze zichzelf uit als een citroen om op elke vierkante centimeter toch maar andere, exotische bewoordingen te vinden voor gemeenplaatsen. Neem deze paragraaf uit een bespreking van Datumloze dagen:

"Alter ego's zijn het evenwel niet, wél afsplitsingen, samenpersingen en uitvergrotingen van bij de schrijver prominent aanwezige en niet te temmen obsessies. Het ene boek uit en het andere in, zo banjeren de somberende, vaak ook door ongrijpbare angsten verteerde lobbesen door het almaar uitdijende en toch o zo hechte oeuvre van Brouwers."

Dat is een paar minuten leuk -- ik maak me er ook genoeg schuldig aan op dit weblog, juist om die reden, om het voor mezelf plezierig te houden -- maar welbeschouwd zijn zo'n recensies even nietszeggend als die van amateurs. Ik lees ze alleen nog sporadisch.

En toch is alles beter dan dat gruizige gezwets van academische lieden. Literatuurprofessoren zijn geen exacte wetenschappers en ze zullen het ook nooit worden, of ze nu een abstract begrippenapparaat hanteren of niet.

Lijkt me geeneens wenselijk ook. Ik heb veel meer geleerd van critici die juist afstappen van het academische. Ik noem Van Deyssel, Hermans, Komrij, Brouwers, Ter Braak, Goedkoop en de latere Kees Fens -- om binnen ons taalgebied te blijven. En ik sta net op het punt om met Karel van het Reve nog zo'n grote meneer te ontdekken. Het is mijn ervaring dat de mensen die de verstandigste dingen zeggen, dat meteen ook doen in een helder, eenvoudig te begrijpen betoog.

3.
Helemaal erg is het als vakjargon ingezet wordt om te suggereren dat er meer tussen aarde en hemel waar te nemen valt, dingen die voor de leek weliswaar niet zichtbaar zijn, maar door specialisten met een soort dieventaaltje benoemd kunnen worden. Een Rutger H. Cornets de Groot is daar een meester in. Zijn stukken zijn nochtans heel makkelijk te vertalen in prettig, beeldend Nederlands, alleen blijkt hun soortelijk gewicht dan ineens een stuk minder.

Vijf dingen kunnen een recensie redden. (1) Eigen ideeën die iets toevoegen aan het boek. (2) Een krachtig, meestal persoonlijk getint inzicht in de sterktes en zwaktes van het boek. (3) Een empathische doorlichting van de personages. Je zou zulks method reviewing kunnen noemen, naar analogie van method acting. (4) Een beknopt verslag van je eigen, persoonlijke verhouding met het boek: waarom houd ik (niet) van dit boek. Waarom zou dat kunnen zijn? (5) Echte stilistische panache.

Als ik mijn eigen weblog bekijk dan moet ik vaststellen dat ik op alle punten meestal in gebreke blijf. Omdat het niet mogelijk is op dagelijkse basis kwaliteit te leveren, natuurlijk, maar ook omdat het opzet van dit weblog voor een stuk in de weg zit.

De besprekingen hier zijn immers alleen bedoeld om mezelf te verplichten bij volle bewustzijn een gelezen boek te reconstrueren en zodoende de leeservaring dieper te verankeren in mijn geheugen. Door zelf over een boek te schrijven is er meer kans op een goed doorbloede herinnering, jaren later. Tegelijk is zo'n weblog een leuk, eigengereid naslagwerkje. Voor mezelf. Als in de slipstream van dat haastwerk al eens een oorspronkelijke gedachte opwelt, is dat mooi meegenomen.

4.
Of literaire critici schrijvers dan wel journalisten zijn is een non-discussie. De schaal die ik gebruik is niet binair, maar glijdend.

Hoe meer je afstapt van de loutere verslaggeving, hoe meer je van jezelf in een recensie stopt, zoekend, mijmerend, uitproberend, des te meer schuif je op naar het schrijverskamp.

Hoe leesbaarder, aangenamer en memorabeler je schrijft, des te meer schuif je op naar het schrijverskamp.

En nogmaals, leesbaar schrijven hangt altijd samen met het afstappen van vakjargon. Jargon is bedoeld om de communicatie tussen specialisten vlotter te laten verlopen, en kan nooit een doel op zich worden. Wie op het einde van de rit zijn bevindingen niet in mensentaal kan omzetten, is onkundig of laf. Jargon als comfortabel harnas.

Als ik mijn eigen stukjes herlees dan stel ik vast dat ik -- onder tijdsdruk -- boeken bij voorkeur beschouw als een lange voettocht, waarbij ik aan een toekomstige versie van mezelf uitleg wat er onderweg zoal te zien was, of het landschap mooi was, de paden goed begaanbaar, de eigenaar van het domein intelligent. Op zijn hoogst is dat journalistiek.

Om toch een minumum aan levendigheid te bekomen bij het resumeren van een boek, neem ik graag mijn toevlucht tot uitgebreid citeren en parafraseren. Liever een snoer pittige quotes dan een fletse echo daarvan in eigen woorden.

Dat verhoogt de mnemotechnische waarde van zo'n stuk (voor mij dan, die het boek gelezen heb), maar heeft natuurlijk niets met enigerlei ontleding te maken. Een goede bespreking kan nooit zomaar de selectie en letterlijke weerkaatsing zijn van de mooiste splinters uit andermans boek.

Ach, als een dag 26 uren telde, dan...
____

7 opmerkingen:

Bernard Niehuis zei

"Omdat het niet mogelijk is op dagelijkse basis kwaliteit te leveren", schrijf je. Welja, zou het inderdaad geen idee zijn om eens wat meer tijd te nemen, Achilleus? Wie zit er eigenlijk te wachten op een dagelijkse, vaak veel te lange, doorbomende recensie? Wie vraagt van je om dat dagelijks te doen, iets wat overigens enkel maar kan als je kennelijk weinig anders te doen hebt. Recenseren is geen kwantitatief gebeuren, zoals hier zo stilaan de boventoon voert. En met het uit de context trekken van recensies van ernstige critici, getuig je enkel maar van naijver omdat je allicht zelf niet in een krant of tijdschrift schrijft. Wat niet belet dat je een punt hebt ten aanzien van Recensieweb

Anoniem zei

Achille, ik onderschrijf uw betoog volledig. Recenseren vanuit de gelezen tekst als boekenliefhebber in begrijpend Nederlands, en niet afstandelijk benaderd met allerlei kunstige formuleringen die kennis van zaken veronderstellen maar eigenlijk daarmee verdoezelen, en zodoende weinig inhoudelijks te melden hebben.
Dagelijks zie ik reikhalzend uit naar uw 'beschrijving' van een boek, die negen van de tien keer ook mijn belangstelling geniet. Daar bestaat naar mijn weten geen tweede van op het web.

erik meijsing zei

Grappig dat je naast recensieweb ' academische' besprekingen noemt avdb: voorzover ik begrepen heb is resweb juist bedoeld als ' academische' bespreeksite: ze is opgezet vanuit de werkgroepen literaire kritiek aan de (uva of vu) en wil objectieve kritiek leveren (met als resultaat vaak saaiheid idd) - en alles onder de bezielende leiding van een aantal zeer gerennommeerde (of in ieder geval in aanzien staande) namen (waaronder bijv elsbeth etty)

Babilonia zei

er is een reactie op de site van comeback. Een reactie die wellicht een horizonversmelting kan opleveren, maar die evengoed de tegenstelling nog kan versterken. Ik hoop dat de versmelting zal plaatsvinden.

Is recensieweb academisch? Erik, je brengt het alsof het al jaren wereldwijd bekend is. Geef niets, maar dan ga ik wel met een andere blik naar recensieweb kijken?

De link: http://comeback.punt.nl/?id=412743&r=1&tbl_archief=&

Een fijne en letterrijke dag.

Achille van den Branden zei

@ Babiliona:
Been there, done that. Op naar nieuwe horizonten.

babilonia zei

Dan wens ik je een nog altijd een letterrijke dag toe!

Daan Stoffelsen zei

Touché, beste Achille. Staaltje luie redactie, dank voor je wakker schudden. Ik ben blij dat Recensieweb niet grossiert in nietszeggende krakende columns of blije leeservaringen, maar de degelijke, zinledige volledigheid van de uittreksels die we online aantreffen moeten we ook zien te vermijden. Ik denk dat zowel jij als Babilonia een punt hebben: de recensie is een journalistiek genre, waarbij terminologie onvermijdelijk is, maar het moet wel aantrekkelijk blijven en leesbaar.

@Erik Meijsing/Lit, ik moet je helaas teleurstellen: Recensieweb is geen grote samenzwering van grachtengordelaars en universitaire mandarijnen. We zijn gewoon een stelletje enthousiaste lezers die daar serieus over willen schrijven. Daar is niets academisch aan, al helpt de belezenheid die veel van onze in de letteren afgestudeerde recensenten wel.

Related Posts with Thumbnails