dinsdag 29 januari 2008

Pan - Knut Hamsun

Pan lijkt eerst een soort Noorse Walden te gaan worden. De introverte luitenant Glahn woont helemaal alleen in een hut aan de rand van een bos in Nordland, een dunbevolkte provincie. Zijn enige gezelschap is de hond Aesopus, de korhoenders die balderen in de verte op de berghellingen en de steenvalken die in de hoogte broeden.

"Zomernachten en stille wateren en oneindig stille bossen. Geen roep, geen voetstap op het pad, mijn hart is vol als van zware wijn."

Het verhaal speelt zelfs in 1857, amper drie jaar nadat Thoreau over zijn experiment publiceerde. De tegenstelling tussen cultuur en natuur staat Knut Hamsun ook zeer duidelijk voor ogen, en, typisch negentiende-eeuws, de natuurverbondenheid speelt een belangrijke rol.

Maar daar houdt de vergelijking op. Hamsun zoog de roman goeddeels uit zijn duim in 1894, toen hij in Parijs woonde, en Pan is voor mij toch vooral een mooie love story.

Glahn leeft van de jacht en zet 's avonds de memoires aan zijn, wat had je gedacht, stukgeslagen liefde op papier. Hij schrijft naar eigen zeggen alleen maar om zich aangenaam bezig te houden, maar ondertussen schrijnt natuurlijk de herinnering.

Twee jaar geleden gebeurde het. Alles draait om ene Edvarda, wie hij onvermoeibaar wil dienen en "wier gloeiende blik zijn hart stil doet staan". Hij telt de dagen af tot hij haar te zien zal krijgen. Maar deze koopmansdochter is in feite niet meer dan een onvoorspelbaar wicht dat er plezier in heeft hem aan te trekken en af te stoten. De dokter van het dorp waarschuwt hem daar meermaals voor.

"‘Edvarda is iemand die niet op een aanzoek ingaat, ze neemt degene op wie ze haar zinnen zet. Denkt u dat ze een boerenmeisje is? U hebt haar hier in het hoge Noorden ontmoet en het zelf kunnen zien. Ze is een kind dat te weinig slaag heeft gekregen en een vrouw met veel grillen. Koud? Daar hoeft u niet bang voor te zijn. Warm? Ijs, zeg ik u. Wat is ze dan? Een meisje van zestien, zeventien jaar, niet waar? Maar geen enkele poging uwerzijds dit meisje te beïnvloeden zal door haar serieus worden opgevat. Zelfs haar vader heeft niets over haar te zeggen; ze gehoorzaamt hem ogenschijnlijk maar regeert in werkelijkheid zelf. Ze zegt dat u de blik van een dier hebt.’"

Edvarda symboliseert de gekunsteldheid van het wereldse leven, in oppositie met de zuivere "bosmens" Glahn.

Maar zo simpel liggen de verhoudingen gelukkig niet. Want Glahn overschat zichzelf en onderhoudt bovendien een verkrampte relatie met zijn eigen mannelijkheid. De luitenant gelooft dat hij de kunst verstaat om te lezen in de ziel van de mensen om zich heen maar misrekent zich deerlijk: hij haalt de ene kinderachtigheid uit na de andere.

Hij probeert indruk te maken op haar door zijn uniform, tevergeefs; tijdens een boottochtje belandt een schoen in het water; en op een feestje probeert hij zijn rivalen te kleineren. Er zijn immers kapers op de kust opgedoken, waaronder een Finse baron die de zeebodem komt onderzoeken. Tragi-komisch hoogtepunt (dieptepunt) is de scène waarin Glahn in zijn eigen voet schiet.

Glahn vat ook gevoelens op voor een ander meisje, Eva, die door een gruwelijk voorval gefnuikt worden.

Eenzaamheid
Pan, ondanks zijn beperkte lengte, bracht me in een aangename trance. De liefde en de natuur worden er prachtig in opgeroepen: vaak extatisch, wat mij betreft nooit larmoyant.

"Het begon niet meer donker te worden, de zon dompelde haar schijf slechts kort in zee en kwam weer op, rood, herboren, alsof zij daar beneden even gedronken had."

Het doet goed in tijden van neurotische informatiegaring af en toe een roman over versobering te lezen. Back to basics. Het isolement van Glahn en de buurtbewoners mag blijken uit het feit dat het voornaamste gespreksonderwerp een spoorweg is die een jaar tevoren werd aangelegd, en de komst van de eerste telegraaflijn.

De nukkige trekken van Hamsuns protagonist zorgen ervoor dat het boek niet te zwart/wit is. Pan bevat een paar krachtige scènes die Glahns verbittering onderstrepen. Bijvoorbeeld wanneer Edvarda Glahn smeekt haar zijn hond te schenken.

"Ik roep Aesopus bij me, streelde hem, legde mijn hoofd tegen zijn kop en pakte mijn geweer. Hij begon al van blijdschap te janken omdat hij dacht dat we op jacht zouden gaan. Ik legde mijn hoofd voor de tweede maal tegen zijn kop, zette de loop van mijn geweer op zijn nek en haalde de trekker over. Ik huurde een man om het lijk van Aesopus naar Edvarda te brengen."

Tot slot viel het me niet moeilijk te sympathiseren met de wankelmoedige, in zichzelf gekeerde officier.

"Het kan regenen en het kan stormen, dat is het niet wat je stemming bepaalt. Vaak kan juist op een regendag een kleine vreugde zich van je meester maken en je zondert je af met je geluk. Je staat voor je uit te kijken, af en toe glimlach je stil en je kijkt om je heen. Waar je aan denkt? Aan een heldere ruit in een raam en een zonnestraal in die ruit, of aan het uitzicht op een beekje en misschien aan een scheurtje blauw in de hemel. Meer is er niet voor nodig!
Op andere ogenblikken zijn zelfs ongewone belevenissen niet in staat je wakker te schudden uit een flegmatische, doffe stemming. Midden in een balzaal bij voorbeeld kun je je volkomen onverschillig en onbewogen voelen. De bron van alle verdriet en vreugde is altijd je eigen innerlijk."


"Ik woon het liefst in het bos, dat is mijn lust en mijn leven. Hier in mijn eenzaamheid kan ik zonder dat iemand er last van heeft zijn zoals ik ben; maar zodra ik in contact kom met anderen moet ik al mijn krachten inspannen om te zijn zoals van mij verwacht wordt."

Mijn enige kritiek is dat de auteur Glahn ouder doet klinken en met tragere reflexen bedeelt dan zijn dertig jaren doen veronderstellen. Voorts bevat het boek een zwak aanhangsel dat Hamsun kennelijk nog meende te moeten schrijven en totaal niet had gehoeven.

Pan wordt naast Hoe het groeide speciaal vermeld in de motivering van de jury die Hamsun in 1920 met de Nobelprijs bedacht, en ik kan me daar wel iets bij voorstellen, hoewel ik dat tweede boek nog niet gelezen heb.

Tegelijk houd ik zoiets vandaag niet meer voor mogelijk. Uit de boeken die ik van hem ken komt Hamsun naar voren als een vakman met een aansterkende uitwerking op de lezer, maar ook niet meer dan dat. Te vergelijken met het diep inhaleren van gezonde lucht tijdens een strandwandeling. Ik geloof dat Hamsun in die zin ook geprezen is door Thomas Mann en Paul Auster. Met de gedateerde metaforische poespas (de vier seizoenen weerspiegelen hier de loop van Glahns liefde, om maar iets te noemen) kan ik echter niets aanvangen.

> lees een fragment uit dit boek op Prins van Denemarken

Knut Hamsun, Pan : uit de papieren van luitenant Thomas Glahn
173 p.
Uitgeverij De Arbeiderspers, 1984
Oorspr. Pan, av loytnant Thomas Glahns papirer (1894)
Vertaald door ?

____

2 opmerkingen:

Gert de Jager zei

Fascinerend vond ik, naast de natuurbeschrijvingen, vooral de zelfvernietigingsdrang van Glahn, of – een beetje tuttig geformuleerd - de drang om alles wat hem dierbaar is kapot te maken. Het incident met de schoen van zijn geliefde die - moedwillig? - in het water gekeild wordt, het doodschieten van de hond, als ik het me goed herinner schiet hij zelfs in zijn eigen voet. Bestaat de vrije wil voor dit personage dat op lijkt te gaan in de natuurlijke processen om hem heen? Wat wil hij dan eigenlijk? Is hij zijn eigen vijand? Het wordt hem niet duidelijk en de lezer evenmin.
Glahns ambivalenties en zijn onvermogen om zichzelf te begrijpen maken dat de vergelijking met een gezonde strandwandeling wat mij betreft niet opgaat. Ik betwijfel ook sterk of Mann Hamsun louter las om de aansterkende werking van diens proza. Als ik het goed heb, werd Hamsun rond 1900 vooral gezien als een schrijver die de diepten van de ziel blootlegde – als een bij uitstek modern schrijver. Pel wat oerinstincten van Glahn af, transporteer hem naar Lübeck en je hebt een personage dat meer dan een bijfiguur in de Buddenbrooks zou kunnen zijn.

Achille van den Branden zei

Knappe analyse. Betere analyse. Ik laat mijn gebrekkige bevinding wel staan, dat is wel zo eerlijk.

Met het (nogal goedkope) beeld van de strandwandeling doelde ik op de perceptie van de natuur in Hamsuns boeken, iets wat ik me ook meen te herinneren uit de roman 'Onder de herfstster'. Ik had het niet over het innerlijk van de personages.

Wat Mann betreft heb je gelijk. Ik moet de historische context respecteren. De diepte van de ziel exploreren is zo gewoon geworden dat ik me even liet meeslepen.

Wát een boek trouwens, Buddenbrooks.

Maar Auster gebruikt wel degelijk ergens het woord 'tonicum' m.b.t. Hamsun.

Related Posts with Thumbnails