vrijdag 25 januari 2008

De hond van de Baskervilles - Arthur Conan Doyle

Soms ben ik gewoon een snob. Hedendaagse misdaadverhalen vind ik doorgaans totaal oninteressant, maar ik was wel curieus naar De hond van de Baskervilles, de klassieke whodunnit van Arthur Conan Doyle. Zo'n pièce de résistance dat ik om een of andere reden al heel mijn leven ben misgelopen.

Het laat zich lezen als een confrontatie tussen de exact wetenschappelijke geest en dom bijgeloof. Op Baskerville Hall, een kasteel in Dartmoor, komen alle eigenaars op geheimzinnige wijze om het leven. Volgens een oude familielegende in de gothic sfeer zou daar een monsterlijke hond achter zitten.

Bestaat dat beest werkelijk of zit er iemand anders achter de moorden? De butler? Een van de buurtbewoners? Die ontsnapte dwangarbeider die op de onherbergzame heide rondwaart?

Dit is mijn eerste Sherlock Holmes, maar echt sympathiseren voor 's werelds bekendste detective deed ik niet. Daarvoor is hij me te dominant en te hautain tegenover zijn sidekick Watson.

"Toen ik zei, dat je mij stimuleerde, bedoelde ik, om je de waarheid te zeggen, niets anders dan dat ik door jouw vergissingen vaak op het rechte spoor gebracht word."

"Het is mogelijk, dat je zelf geen licht uitzendt, maar je bent zeer zeker een goede geleider van licht."

Ook met Watson zat er geen identificatie in, omdat die voortdurend blijk geeft van een nogal gedateerd ontzag voor de grote Holmes.

"Ik wist, dat eenzaamheid broodnodig was voor mijn vriend, wanneer hij zijn gedachten concentreerde, alle bijzonderheden tegen elkaar afwoog, alternatieven bedacht, de ene theorie tegen de andere uitspeelde, en trachtte uit te maken welke punten van wezenlijk en welke van bijkomstig belang waren."

Maar de plot van De hond van de Baskervilles is wel degelijk spannend, al verslapte mijn aandacht wat tijdens het lange middendeel, waarin Watson solo slim moet spelen op de heide. Ik kreeg het grondplan van het terrein maar niet in mijn kop om echt goed te kunnen volgen. En compositorisch moet Doyle zich in allerlei onnatuurlijke bochten wringen.

Want als hoofdstukken fungeren ineens de verslagen van Watson aan Holmes, en nog later diens absurd lange dagboekaantekeningen mét uitgeschreven dialoog. Weinig geloofwaardig. En waarom laat hij zijn beschermeling zo lang alleen achter in dat kasteel?

Bovendien is een relaas in een thriller steevast minder beklijvend dan een afwikkeling van de gebeurtenissen in real time.

Watson is ook een stuk minder deductief dan Sherlock Holmes in de openingspagina's.

"'Met een nagelschaartje,’ zei Holmes, ‘u kunt zien, dat het een schaar met zeer korte bladen was, daar de afzender voor de woorden “wanneer uw” tweemaal heeft moeten knippen.'"

Maar wat een sfeervol verhaal is dit verder. Reminiscenties aan de setting van Wuthering Heights kwamen me voor de geest, hoewel Devonshire in Zuid-West-Engeland weinig te maken heeft met het Yorkshire (in het Noorden van Engeland) van de zusjes Brontë.

Smullen is het tevens van de vanzelfsprekende klasse en stijl die de Britse vorsers aan de dag leggen. Om de tijd zo goed mogelijk zoek te brengen tijdens een dood moment in het onderzoek bezoeken ze een schilderijententoonstelling van moderne Belgische meesters.

Eigenlijk is het onnozel om dit boek in vertaling te lezen, maar ik heb nu eenmaal goede herinneringen aan de boeken van Contact uit de jaren zeventig, met dat lelijke, halfslachtige ontwerp van Herbert Binneweg op de cover. Sentimenten waar ik u verder niet lastig mee zal vallen.

De statige, ja stroeve vertaling van Vestdijk uit 1946 werkte voor mij. Punt.

"‘Tjonge, dat is lelijk!’ zei Holmes hoofdschuddend.
Dr. Mortimer gluurde verbaasd door zijn brilleglazen.
‘Waarom is dat lelijk?’
‘O, u heeft alleen maar onze bescheiden gevolgtrekkingen omvergeworpen.’"


Ik heb nog een vijftal boekjes van Arthur Conan Doyle in de kast staan, met merkelijk kortere geschiedenissen, en ik heb daar nu grote trek in gekregen.

"Boven de rotsen, in een spleet waarin de kaars gestoken was, verscheen een kwaadaardig, geelachtig gezicht, van een terugstotende dierlijkheid, door de laagste hartstochten verwoest. Besmeurd met slijk, en met die verwarde baard en haren, had het heel goed aan een van die wilden uit de oude tijd kunnen toebehoren, die in hun holen op de heuvels woonden. Het licht beneden hem glom in zijn kleine, listige ogen, die scherp naar links en rechts in de duisternis spiedden, als een wild dier, dat de voetstappen van de jagers heeft gehoord."

> lees een fragment uit dit boek op Prins van Denemarken
> http://en.wikipedia.org/wiki/The_Hound_of_the_Baskervilles

Arthur Conan Doyle, De hond van de Baskervilles
170 p.
Uitgeverij Contact, 1975
Oorspr. The Hound of the Baskervilles (1902)
Vertaald door Simon Vestdijk

____

Geen opmerkingen:

Related Posts with Thumbnails