Villa Amalia - Pascal Quignard
Dat ik de romans van Pascal Quignard lees, is een zaak van les amis de nos amis sont nos amis. Quignard behoort tot de lievelingsauteurs van Geerten Meijsing, wiens oeuvre me ook welgevallig is.
"Je suis une femme devenue un fantôme."
"Je ne sais pas pour qui j’accumule tant de choses moi-même…"
In Villa Amalia maakt een zevenenveertigjarige pianiste schoon schip. Ze breekt met haar vriend, haar moeder, haar werk, zelfs met haar garderobe. Op een eilandje bij Capri, in de golf van Napels, vindt ze de beschutting die nodig is om de dingen uit te klaren. In een interview noemde de auteur het boek zelf
"une fuite, une fugue, une succession de départs, de renouveaux, de printemps."
Het lijkt me een opmerkelijk gewone roman voor Quignard, die doorgaans erg geraffineerde onderwerpen uitzoekt. Hij smeert er zijn stof breed in uit, in een eindeloze aaneenschakeling van korte scènes met veel dialoog. Er wordt uitgebreid getafeld, meestal tête à tête. De gesprekken verlopen naturel, in korte zinnetjes met veel stoplappen. Ze worden afgewisseld met diagnosticerende passages geschreven in de derde persoon.
Een stijlfiguur waar Quignard scheutig mee omspringt, is de mantra-achtige herhaling, ingeleid door de persoonsvorm 'elle'.
"Elle erra d’île en île, de paroi de falaise en paroi de falaise, sans que jamais elle retournait sur Naples.
Elle hésita entre deux hôtels délicieux, l’un à Ravello, l’autre sur la petite île d’Ischia.
Elle choisit le petit hôtel de l’île phlégréenne, devant le castello, à cause d’une chambre qui donnait immédiatement sur la mer."
Villa Amalia komt me door zijn dikte voor als een soapscenario voor de betere klasse. Toch is ook deze Quignard weer een toonbeeld van cultuur en beschaving. Op de vraag waarom ze toch dat exotische optrekje op het oog heeft, antwoordt Ann Hidden, de heldin, dat de villa moet dienen als 'Gumpendorf'.
"- C’est quoi une Gumpendorf ?
- Un Gumpendorf. Le vieux Haydn appelait sa maison de Gumpendorf sa hutte. Qu’une foi entré à l’intérieur d’elle, il était sûr d’écrire. C’est d’ailleurs là, tout près de Vienne, qu’il a écrit ses plus belles œuvres."
Omdat je zelfs op microscopisch niveau, het niveau van de enkelvoudige zin, meteen kunt zien dat je hier te maken hebt met een Franse schrijver pur sang -
"Je peux te trouver l’adresse d’un psychanalyste pour t’aider à parler."
- liet het boek me toe om de onmiskenbare karakteristieken van Franse romans - in vergelijking met hun Engelse tegenhangers bijvoorbeeld - eindelijk eens scherp te stellen voor mezelf.
1. Franse romans gaan o zo vaak over relaties, op een manier of er in de rest van de wereld nauwelijks iets gebeurt.
2. Franse romans zijn tot op de vezel cultuurprodukten; hebben steevast een poëtisch en/of filosofisch vernislaagje.
3. Dat maakt ze daarom niet topzwaar; integendeel, Franse auteurs bezitten een aangeboren lichte, frivole schriftuur.
4. 'Frivool' staat in deze allerminst synoniem voor 'grappig'; neen, humor, ironie of zelfspot zijn in geen velden of wegen te bekennen; hier geldt: sérieux avant toute chose.
5. Franse romans staan garant voor de nodige omslachtigheid; wat een Angelsaksische auteur, getekend door de wijsheid van eeuwen, met een grijns op zijn gezicht afdoet in een halve pagina, levert bij zijn Franse collega heelder hoofdstukken op.
Over het verschil tussen Franse en Engelse literatuur, en waarom de kwaliteiten van beide nooit zullen samenvallen, zoals kop- en muntzijde van een euro nooit kunnen samenvallen, kom ik later nog wel eens te spreken.
Terug naar Capri, naar Ann Hidden en haar onlusten. Die worden er niet minder op.
"L’angoisse revint avec l’obscurité.
Et l’envie de fuir revint comme son compagnon.
Elle était devenue chaque jour le double de l’angoisse qu’elle éprouvait chaque jour au moment où la lumière du soleil s’effondre dans la nuit."
Elders:
"Je ne me suis jamais sorti de dépression qu’à l’aide des choses de tous les jours. Dans ma viel seul le remplissement des heures à l’aide d’un travail minutieux m’a tenu à flot à peu près. Et quand je dis le remplissement des heures, je me vante. C’est demi-heure par demi-heure que j’affronte le temps !"
Dat is het rare, en wat mij betreft ligt daarin een deel van het vermaak: dat in een verhaal dat behoorlijk menselijk uitpakt, Frans soms zo onbedoeld zwaar kan klinken. In zinnetjes als deze - ik lees ze met de glimlach:
"Tu n’es pas une erreur, Thomas. Tu es une faute."
Of deze, aan het slot. Omdat Quignard geen plotter is kan ik het hier gerust kwijt.
"Finalement ils s’aimèrent. Ils ne s’aimèrent pas sexuellement… Mais ils s’aimèrent vraiment."
Na dit komen er trouwens nog een stuk of wat pagina's. Er is niets verklapt. Voor spanning en sensatie ben je bij Quignard überhaupt aan het verkeerde adres. Villa Amalia kabbelt maar door.
Ik lees Quignard vooral om mijn eigen francofonie te onderhouden. Uit zijn Frans weerklinkt een melodie dat geen Nederlands equivalent je kan geven. Hier, vier oefeningen in opklimmende volgorde, om luidop voor te lezen:
"Elle se glissa entre les deux porte très étroites, tintinnabulantes."
"Les vaguelettes étincelaient au-dessus des feuilles de nénuphars."
"Aux yeux de Giulia c’était un grand corps doux, silencieux, sensuel, rassurant, tout d’os, de fuites, d’écarts."
"Anne se leva et alla embrasser sa mère.
Il y a une extrême tendresses répugnante, excessive, malodorante, osseuse, chez les vieilles gens."
> lees een fragment uit dit boek op Prins van Denemarken
Pascal Quignard, Villa Amalia
297 p.
Uitgeverij Gallimard, 2006
____

















