vrijdag 23 november 2007

Psychoanalyse, een onmogelijk vak - Janet Malcolm

In zijn voorwoord bij dit boek schetst Abram de Swaan wat er zo wringt aan de hedendaagse psychoanalytische praktijk en hoe dat haar streven een wetenschappelijke discipline te worden in de weg staat.

De geldigheid van die psychoanalytische methode, zegt hij, is slechts te toetsen aan de uitkomsten die daarmee in praktisch werk worden behaald. En die resultaten blijven vrijwel geheel ontoegankelijk. De psychoanalytische praktijk is een eenmansgebeuren en een werk van grote discretie.

Kennisoverdracht over de materie gebeurt enkel binnen de kring van analytici zelf: via vaktijdschriften, waarin gevalsbeschrijvingen vrij schaars zijn, tijdens voordrachten en congressen, en in de supervisiegesprekken (in deze gesprekken onder vier ogen doet een beginnende analyticus verslag van zijn geval aan een ervaren collega).

De Amerikaanse journaliste Janet Malcolm slaagde er in het begin van de jaren tachtig dan toch in door het pantser van de psychoanalytische incrowd te breken en kreeg een zesenveertigjarige psychiater aan de praat.

Psychoanalyse - een onmogelijk vak biedt zo een zeldzaam inkijkje in de alledaagse psychoanalytische praktijk van een kwart eeuw geleden. Hoe gedateerd dit boek daarmee geworden is, kan ik niet inschatten.

De man wiens biecht wordt afgenomen, krijgt de fictieve naam Aaron Green opgeplakt. Green is een zesenveertigjarige psychoanalyticus met een praktijk in Manhattan, en afgestuurd aan het N.P.I., het New York Psychoanalytic Institute, dat zichzelf een van de meest vermaarde instituten terzake vindt. Een paar dingen die me zijn bijgebleven:

Achter de schermen van de psychoanalyse
1. Klieken die de belangrijke posities uitdelen en bekleden blijken in dit wereldje, net zoals in de advocatuur, de zakenwereld en in de wetenschap, overvloedig aanwezig. Green vertelt openhartig over de gezagsverhoudingen in het N.P.I. en de uitstotings- en vernederingsrituelen die nieuwkomers moeten gedogen.

2. Het N.P.I. hecht (net als de meeste instituten) bijzonder veel waarde aan zijn leeranalyse. Dat is een eerste gebruik dat bizar mag genoemd worden, en zo eigen is aan de zieleknijperij: analytici leren de praktijk van de analyse door zelf geanalyseerd te worden.

Als nummer twee in de opleiding volgt dan de behandeling van patiënten onder toezicht van een supervisor -– de ene relatie tussen twee mensen over de andere relatie tusen twee mensen. En dan duurt het tamelijk lang voordat de boekenkennis komt.

3. Psychoanalyse staat of valt bij de relatie tussen de therapeut en patiënt. Lees: de gevoelsmatige aanhankelijkheid van de patiënt aan de dokter. Patiënten lijden aan zogeheten "herhalingsdwang": de neiging om onbewust gevoelens en eigenschappen die tijdens de vroegste jeugd geassocieerd waren met belangrijke personen uit de omgeving over te brengen op personen in het heden, in casu de behandelende therapeut.

Freud noemde dit "overdracht". Het was Freuds origineelste en radicaalste ontdekking, volgens Green. Meer bedreigend dan seksualiteit bij kinderen en het Oedipuscomplex, omdat die these eigenlijk zegt dat mensen elkaar nooit echt kunnen leren kennen, maar enkel vertekend door een bepaald behoeftenpatroon.

4. De therapeut moet niet proberen de patiënt op te voeden, of te verbeteren. Hij moet diens gedrag weerspiegelen zodat deze tot zelfinzicht kan komen. Een vaak populaire misvatting over psychoanalyse is

"dat de patiënt lijdt aan een soort onwetendheid, en dat als men deze onwetendheid wegneemt door hem informatie te geven, hij wel genezen moet. Dat zou evenveel invloed hebben als het uitdelen van menukaarten tijdens een hongersnood op de honger."

5. Green vertelt dat heel wat therapeuten moeite hebben met de doelloze Zen-achtige staat van wensloosheid die zij moeten trachten te bewaren. Het is lastig deze niet te laten verstoren door therapeutische ambitie, door de wens een bepaald syndroom te ontdekken.

6. Over het juiste analytische gedrag bestaat overigens onenigheid in het therapeutenmilieu, maar meestal komt het hier op neer: een grote luisterbereidheid aan de dag leggen, spaarzaam vermoedens uiten, niet oordelen, geen vragen beantwoorden, kortom, er neutraal, mild en kleurloos bijzitten.

Daar steekt een grote paradox in: een therapeut speculeert op de gretigheid waarmee de patiënt het emotionele vacuüm vult dat geschapen is door de terughoudendheid van de analyticus. Green analyseert illusieloos zijn eigen beroepsmotieven:

"Mijn eigen redenen -- zelfzucht, met mezelf bezig zijn en onvermogen om me in een ander te verdiepen -- zijn waarschijnlijk juist de redenen waarom ik mij tot het psychoanalytisch werk aangetrokken voel: juist vanwege de afstand die het zou scheppen tussen mij en de mensen die ik behandelde. Het is een vorm van heel gerieflijke onthouding. Je raakt niet betrokken bij de ander, neemt geen verantwoordelijkheid op je voor het gedrag van de ander, maar alleen voor dat van jezelf. Psychoanalytici praten heel open over het beschermende gerief van de analytische stilte, passiviteit en neutraliteit. Het sluit goed aan bij bepaalde diepe drijfveren. Bovendien zijn psychoanalytici voyeurs: zij staan voor het raam te kijken wat zich in de slaapkamer afspeelt, raken zeer opgewonden, maar doen niet aan de strijd mee."

In dat verband zij opgemerkt dat de grote Freud zelf zijn praktijk op een weinig voorbeeldige manier inrichtte. Hij probeerde immers wél vurig geheimen aan zijn patiënten te ontrukken en zag geen graten in schreeuwen, loven, discussiëren en roddelen tijdens een sessie. Om dingen te provoceren.

Tussen haakjes: de typische divan-opstelling (patiënt ligt op zijn rug en maakt geen oogcontact met zijn arts) moet sterk gerelativeerd worden. Naar verluidt voerde Freud die methode vooral in, omdat hij er zelf niet van hield de hele dag te worden aangestaard.

7. De regelmaat van de sessies is essentieel. Ook wie op het afgesproken tijdstip afwezig is, moet vergoeding betalen. Green spreekt -- niet zonder ironie -- over het "regulerende effect van de honorariumbetaling aan de arts".

8. Het Oedipus-complex staat nog altijd centraal in de psychoanalyse, en wordt belangrijker geacht dan de pre-oedipale of pre-genitale ervaring.

"Hoe rechtzinniger in de leer een analyticus is, des te zekerder is hij ervan dat het begraven kind, dat in elke volwassene analyserend wordt opgedolven, een vier- of vijfjarige is die het Oedipale drama herbeleeft en heropvoert. En hoe meer een analyticus tot de avant-garde behoort, des te zekerder is hij ervan dat het kind een verminkte baby is en een of ander gebrek, opgelopen in de eerste fase van zijn opvoeding, opnieuw beleeft."

Toch valt de diversiteit van de rivaliserende opvattingen op: Kohutianen, Mahlerianen en Brennerianen... om er maar enkele te noemen.

9. Green stelt het beeld bij van de psychoanalyticus als een autoritaire, dominante figuur die bij een kneedbare en kwetsbare patiënt de touwtjes in handen houdt. Hij vertelt over zijn eigen remmingen, het ellebogenwerk op het instituut, oedipale rivaliteiten, angsten en schuldgevoelens en bekent dat veel analytici troost, geruststelling en stimulansen nodig hebben van collega's.

"Schuld is de Gestalt van het beroep. Schuld over het niet begrijpen van de patiënt."

10. Malcolm stelt op een gegeven moment de terechte vraag naar de uitkomsten van een analyse: Hoe weet je dat het de analyse was die je veranderde, en niet simpelweg het ouder worden? Uit Greens antwoord blijkt hoe getermineerd therapeuten de mens zien. Een mens verzet zich altijd tegen verandering, vinden ze.

11. Er zijn grenzen aan de analyseerbaarheid. Psychoanalytici hebben niet de neiging de werkzaamheid van hun methode te overschatten. Op een bepaalde manier, dan toch.

"Analyse is niet intellectueel. Zij is niet moreel. Zij bezit geen opvoedkundige waarde. Zij is een operatie. Zij herschikt dingen in de geest zoals de chirurg dingen opnieuw schikt in het lichaam – zelfs zoals een automonteur dingen onder de motorkap opnieuw schikt. Zo onpersoonlijk en zo radicaal is zij. En de veranderingen die tot stand komen, zijn heel gering. We leiden ons leven volgens de herhalingsdwang, en de analyse kan niet meer doen dan ons ervan bevrijden."

Zelfs de meest ervaren en geslaagde analytici erkennen tenminste evenveel gevallen die mislopen, of voortijdig of onbeslist eindigen, als gevallen die op de juiste tijd eindigen. Psychoanalyse vangt sowieso bot bij narcisten, borderliners of psychoten.

Er zijn gradaties van analyseerbaarheid. Bij aanvang zoekt het instituut naar "geschikte gevallen" om de onervaren analyticus op te leiden.

12. Psychoanalyse is an sich eindig, want psychische ongedurigheid is tot op zekere hoogte natuurlijk gewoon een deel van de condition humaine.

"‘Ik herinner me een werkcollege te hebben bijgewoond dat geleid werd door een briljante en flamboyante Hongaarse analyticus, Robert Bak. Het probleem dat ter discussie stond, was de overdracht. Ik stak mijn hand op en vroeg retorisch: “Hoe zou u een verhouding tussen mensen noemen waar infantiele wensen en afweermechanismen tegen die wensen op zo’n manier tot uiting komen dat de mensen binnen die verhouding elkaar niet zien zoals ze werkelijk zijn, maar elkaar eerder zien in termen van hun infantiele behoeften en hun infantiele conflicten? Hoe zou u dat noemen?” Bak keek me ironisch aan en zie: “Dat noem ik nu leven.”’"

Slotsom
Vooral het gebrek aan minutieus bestudeerde casestudies verbaasde me in Greens verhaal. Alsof Freud slechts een algemeen kader schiep aan de hand van zijn ontdekkingen, en dat elke nieuwe generatie de oorspronkelijke ontdekkingen opnieuw moet doen, en leren van zijn eigen ervaringen.

De therapeutische ontmoeting wordt gezien als het laboratorium van de wetenschap der psychoanalyse, en tegelijk zijn er, door de ongeschreven wet van de discretie, onevenredig weinig rapporten beschikbaar van concrete, individuele analyses.

En dan nog is er de vraag of die veel zin zouden hebben. Elke buitenstaander die de bandjes van een zitting beluistert erkent daar weinig aan over te houden. En wat betreft een uitgeschreven versie: iedereen met gezond verstand weet dat er een verschil bestaat tussen het gesprokene en de transcriptie daarvan.

Toch is het openbaar maken van ruwe, verifieerbare gegevens voor de psychoanalyse de eerste stap om haar graad van wetenschappelijkheid te verhogen. Maar het uittikken van analyses is tijdrovend en haast niet betaalbaar.

Het ziet er dus naar uit dat we het met research als deze moeten doen. Net als het boek dat haar bekend maakte, In het Freud-archief, biedt Janet Malcolm hiermee een boeiend portret van de wereld van therapeuten en psychische heelmeesters. Een wereldje dat vooral zeer menselijk blijkt, achter een masker van beroepssérieux en altruïstische ernst, en alleen al daarom achterdocht verdient.

Het enige wat me nog te doen staat is een paar werken te lezen waarin sceptici de wetenschappelijke waarde van de psychoanalyse grondig in vraag stellen en toetsen.

> lees een fragment uit dit boek op Prins van Denemarken
> beknopte bibliografie in de commentaren hieronder
> http://en.wikipedia.org/wiki/Psychoanalysis
> http://skepdic.com/psychoan.html

Janet Malcolm, Psychoanalyse, een onmogelijk vak
190 p.
Uitgeverij Wereldbibliotheek, 1985
Oorspr. Psychoanalysis : the impossible profession (1980)
Vertaald door Emile Henssen

____

3 opmerkingen:

Achille van den Branden zei

Elementary Textbook of Psychoanalysis - Charles Brenner
Psychoanalytic Concepts and the Structural Theory - Jacob Arlow
Levensloop - Sigmund Freud
The Therapeutic Revolution: From Mesmer to Freud - Léon Chertok en Raymond de Saussure
Een jeugdherinnering van Leonardo da Vinci - Sigmund Freud
Totem en taboe - Sigmund Freud
Massapsychologie en Ik-analyse - Sigmund Freud
De man Mozes en de monotheïstische religie - Sigmund Freud
Principles of Intensive Psychotherapy - Frieda Fromm-Reichmann
The Psychoanalytic Situation - Leo Stone
The Analysis of the Self - Kohut
Psychoanalytic Technique and Psychic Conflict - Brenner
The Triumpf of the Therapeutic - Philip Rieff
The Technique and Practice of Psychoanalysis - Greenson
Basic Theory of Psychoanalysis - Robert Waelder
The Basic Fault - Michael Balint
Playing and Reality - Kohut
The Technique of Psychoanalysis - Edvard Glover
Tribute to Freud - Hilda Doolittle
Psychoanalytic Therapy : Principles and Application - Franz Alexander en T.M. French
Psychoanalytic Concepts and the Structural Theory - Charles Brenner
An Elementary Textbook of Psychoanalysis - Charles Brenner
The Discovery of the Unconsciousness - H.F. Ellenberger
The Life and Work of Sigmund Freud - Ernest Jones
Borderline Conditions and Pathological Narcism - Otto Kernberg
Envy and Gratitude - Melanie Klein
Eros en cultuur : een filosofische bijdrage tot het werk van Sigmund Freud - Herbert Marcuse

ijsbrand zei

Karel van het Reve heeft zeer leesbaar en uiterst vernietigend over Freud geschreven.

Verder is het toch een beetje zo met geluiden tegen Freud als met het atheïsme. Wie een geloofstelsel allemaal maar onzin vindt, zal daarom alleen al niet gauw moeite doen het te onderzoeken om er de onzorgvuldigheden of onjuistheden in aan te tonen. Die het wel doen, zijn derhalve fanatici.

Achille van den Branden zei

Helemaal mee eens. Net zoals de 'Schrift betwist'-boeken van 't Hart niet het werk zijn van een volbloed atheïst maar enkel een soort inversie schijnen van geloofsijver.

"Freud, Stalin en Dostojevski", dat moet 'm zijn.

Toen ik als 19-jarige in KvhR's 'Russische letterkunde' vernam hoe hij de vloer aanveegde met Dostojevski (mijn God, toen) besloot ik de man links te laten liggen.

Maar tien jaar older and wiser moet ik me maar eens opnieuw verdiepen in Karels werk.

Related Posts with Thumbnails