zondag 25 november 2007

Een wolkenkrabber in Moskou - Anne Nivat

"In maart 1918 besluit Vladimir Lenin, leider van de nieuwe socialistische staat, zijn regering van Sint-Petersburg naar Moskou te verplaatsen, ver van de grenzen en oorlogsdreigingen. Vanaf dat moment wordt de oude stad weer hoofdstad, waarvoor grote stedenbouwkundige vernieuwingen in het verschiet liggen. In 1935 wordt er een Generaal Plan voor een nieuwe opbouw van Moskou uitgedacht door Jozef Stalin, Lenins opvolger. Dit plan is zowel functioneel (nieuwe, bredere straten, die bovendien een 'ontgifting' van de stad mogelijk zouden maken bij een chemische aanval) als ceremonieel (voor de parades), terwijl het tegelijkertijd de structuur van het oude stadspatroon intact laat: ringen die straalsgewijs worden gekruist door verkeersaders."

Een van de grote projecten waarmee Stalin de voormalige keizerlijke stad een socialistisch aanzien wil geven is het zogeheten Paleis van de Sovjets, dat een gigantisch monument moet worden, ruim honderd meter hoger dan de Eiffeltoren en zelfs drieëndertig meter hoger dan het Empire State Building. De Tweede Wereldoorlog gooit echter roet in het eten, en de plannen worden opgeborgen.

In 1947 krijgt de idee voor de bouw van zeven wolkenkrabbers, die in zekere zin een antwoord op het paleis moesten zijn, wél concreet vorm. Het meest impressionante van deze stalinistische wolkenkrabbers verrijst vlak bij de plaats, ten oosten van het Kremlin, waar de smalle Jaoeza in de Moskva uitmondt: een oude voorstad waar zich in de Middeleeuwen ketellappers, pottenbakkers en smeden vestigden.

Vijftig jaar later bezoekt de Franse journaliste Anne Nivat deze granietrode mastodont aan de Ketellapperskade, om er op Georges Perec-achtige wijze een portret te schetsen van 22 inwoners in evenzoveel appartementen.

Elk hoofdstuk leest derhalve als een interview waaruit de vragen zijn weggehaald, en dat is niet zo prettig.

Elite
Nivat probeert haar boek te concipiëren als een dwarsdoorsnede van de hedendaagse Russische samenleving, maar dat lukt niet zo best. De appartementen werden ten tijde van Stalin immers vooral bewoond door de artistieke en politieke toplaag, en na zoveel decennia laat dit zich nog altijd gevoelen. In het middendeel van Een wolkenkrabber in Moskou ruimt Nivat daarom veel plaats in voor een beschrijving van enkele bewoners die de zogeheten "museumappartementen" betrekken.

Zo is er de componist Nikita Bogoslovski, die door zijn buren gehaat wordt omdat hij na de Tweede Wereldoorlog zijn medewerking aan de KGB zou hebben verleend, en de adoptiefdochter van schrijver Konstantin Paustovskij, die over haar beroemde pleegvader vertelt.

Het is niet dat de levensverhalen van deze voordrachtskunstenaars, actrices, art directors en dichters niet boeien, verre van, maar door hun artistieke, kosmopolitische en zeer zelfbewuste kijk op de dingen zijn ze weinig representatief voor de gewone Moskoviet.

Het eerste deel droeg meer mijn interesse weg, waarin Nivat met arbeiders en kleine middenstanders praat.

Velen onder hen zijn communist gebleven. Ze klagen erover dat het leven in Rusland zo kostelijk is geworden sinds de val van het regime in 1991 en drukken hun afschuw uit voor Michail Gorbatsjov en zijn gehate perestrojka. Dat is een noodzakelijke wetenschap voor de gemiddelde westerling, die Gorbatsjov als een held omarmt.

De lastenverzwaring drukt op de Moskovieten. Een pensioen zoals wij dat gewoon zijn, een periode om het rustiger aan te doen, kennen de bejaarde Russen niet. Zij werken vaak door om hun zoon of dochter mee te helpen onderhouden. Enkelen klagen over het wegkwijnen van hun bevoorrechte status, als inwoners van de stalinistische toren.

Het is niet toevallig dat er heel wat inwijkelingen wonen in de wolkenkrabber. Mensen uit Siberië, of Estland. Moskou is een megalopolis van acht miljoen inwoners, waar 70 procent van de inkomstenbronnen van het land is geconcentreerd. De regio’s worden aan hun lot overgelaten.

De renovatie van het gebouw blijkt een groot probleem. De bedrijven die het onroerend goed moeten onderhouden zijn nog steeds niet geprivatiseerd en worden steeds minder efficiënt, omdat ze steeds minder geld van de overheid krijgen.

Bepaalde dingen herinneren nog onwillekeurig aan het Sovjet-tijdperk. De centrale verwarming kan bijvoorbeeld niet individueel worden afgesteld. In sommige appartementen is het bloedheet.

Privatisering en schijnprivatisering zijn andere heikele kwesties. Wat wordt verkocht is meestal slechts een ‘recht van verhuur’.

"‘Wij zijn slechts eigenaar van de lucht tussen de muren.’"

Ook de rijke zakenlui en investeerders in het laatste derde van het boek klagen over de zeer ingewikkelde administratie. Eigenaars, makelaars en de vaklui van de technische dienst worden bij voorkeur met steekpenningen tot actie aangespoord. De Russische bouwmarkt is een jungle.

Moskou komt op die manier naar voren als een ultraliberale stad, waar uitersten van twee systemen, het oude (communistische) en het nieuwe (postkapitalistische), nog vaak naast elkaar voorkomen.

"‘Russen hebben nog niet goed door wat privé-bezit is.’"

klaagt een ondernemer.

Een paar etages onder hem betreurt een minder welstellende bewoner dan weer het verdampen van de sociale cohesie tussen de mensen in het appartement. Vroeger werden vaak "sociale activiteiten" georganiseerd, waarbij hele gangen bij elkaar feestjes bouwden.

Een wolkenkrabber in Moskou klinkt een beetje als een oude lampenradio waarvan je met de draaiknop in ijltempo alle frequenties afgaat. Voor een goeie synthese van het hedendaagse Rusland hoef je het niet te lezen.

Voor dat doel heb ik mijn hoop gesteld op de verzameling columns van correspondent Peter d’Hamecourt die onlangs is verschenen.

Het mooiste verhaal uit dit boek is dat van Bioscoop Illusie, de cinemazaal op de begane grond waar gewone Russen en Russinnen jarenlang voor een habbekrats de mooiste klassieke films uit de hele wereld konden zien. In een hok zat dan een team van simultaanvertalers de geprojecteerde beelden in realtime te dubben.

> lees een fragment uit dit boek op Prins van Denemarken

Anne Nivat, Een wolkenkrabber in Moskou : Russen van nu
220 p.
Uitgeverij De Arbeiderspers, 2004
Oorspr. La maison haute : des Russes d'aujourd'hui (2002)
Vertaald door Irene Groothedde

____

Geen opmerkingen:

Related Posts with Thumbnails