maandag 1 oktober 2007

In het Freud-archief - Janet Malcolm

In het Freud-archief, een prachtig boek van de Amerikaanse journaliste Janet Malcolm dat meer dan twintig jaar geleden bijdroeg aan de ontmythologisering van Sigmund Freud, begint met een portret van de beklagenswaardige figuur Dr. Kurt Eissler.

We schrijven het begin van de jaren tachtig. Eissler wordt beschouwd als een van de oude wijze mannen van de toenmalige psychoanalyse. Hij is leeranalyticus aan het Psychoanalytisch Instituut van New York en een produktief geleerde die psychoanalytische studies van vele honderden pagina’s over Goethe, Da Vinci en Hamlet geschreven heeft (het boek over Goethe alleen al telt 1538 pagina’s).

Hij staat bekend als een goedhartig man, maar niet voor de vijanden van Sigmund Freud, voor wie hij niets dan woeste vijandschap en een soort verbijsterende hoon over heeft.

In de jaren vijftig sticht hij het Sigmund Freud-archief, verontrust omdat er na de Tweede Wereldoorlog weinig belangstelling bestond voor het leven van Freud en de resterende documentatie en brieven over de hele wereld verspreid zouden raken.

De archivaris werkt nauw samen met Freuds dochter Anna, die na de dood van haar vader de scepter overnam en zal toezien op de nalatenschap tot haar eigen dood in oktober 1982. Het tweetal bewaakt de overgebleven Freud-documenten streng. Vruchteloos proberen contemporaine vorsers de deuren van het Archief open te breken.

Er komt een scheur in dat bastion wanneer Eissler in contact komt met een zekere Jeffrey Masson, een jonge Amerikaanse intellectueel die alles belichaamt wat Eissler het meest in mensen waardeert: intelligentie, eruditie en enthousiasme. Masson, van oorsprong een gelauwerd Sanskritist, volgt een opleiding als analyticus aan het Psychoanalystisch Instituut van Toronto. Hij is vreselijk ambitieus en leest heelder jaargangen van gespecialiseerde tijdschriften -- duizenden en duizenden artikels.

Alleen zijn eigen psychoanalytische praktijk wil in Amerika maar niet van de grond komen. Hij is dan ook in de wolken wanneer Eissler de noodzakelijke regelingen treft om hem tot zijn opvolger te maken als Secretaris van het Archief. Masson gaat in het najaar van 1979 naar München voor een taalbad, om zes maanden later terug te keren, vloeiend in Duits.

Prachtig is de scène waarin Masson oproept hoe Anna Freud hem toegang geeft tot de formidabele kast, "reusachtig", "van donker hout", die op de overloop voor haar slaapkamer staat en ongeveer duizend brieven van Freud bevat. Niemand heeft ze ooit gelezen.

Masson ontdekt al snel fouten in de gezaghebbende Freud-biografie van Ernest Jones. Hij leest ook de correspondentie tussen Freud en een zekere Wilhelm Fliess, een keel-neus-oor-arts uit Berlijn naar wie Freud opkeek en van wie hij de feedback emotioneel nodig had. Die brieven zullen hem in staat stellen de vroege geschiedenis van de psychoanalyse te herschrijven.

"Het lezen van de Freud-Fliess-correspondentie is zoiets als het stuiten op de vroegste en ruwste versie van een groot gedicht. Uit zulke getuigenissen van de werkwijze van de poëtische verbeelding zoals wij die bezitten, hebben wij geleerd dat gedichten in de regel niet ontstaan in een flits van inspiratie maar voortkomen uit veel hard, stug en zelfs nogal prozaïsch werk; eerste versies van gedichten zitten vol valse starts, verkeerde wendingen en dode punten, evenals vol voorzichtig tasten, kleine lichtpuntjes en eerste aanzetten tot verwezenlijking. Zo laten ook Freuds brieven aan Fliess zien dat de psychoanalyse niet ontsprong aan het hoofd van Freud zoals Athene aan het hoofd van Zeus, maar het produkt was van jaren van uiterst riskante, ongemakkelijke, onaangename creatieve strijd vol vergissingen."

Want wat wil nu het geval? Freud ziet een opstootje van zijn vriend met een patiënte door de vingers. Aan dit incident ligt een beroepsfout van Fliess ten grondslag, maar daar sluit Freud dus de ogen voor. Of beter: hij verdringt het geval, ziet het als een produkt van de fantasie van de patiënte.

"Hij had het nodig om te geloven dat Fliess onschuldig en Emma schuldig was. En dus ontwikkelde hij de theorie dat alle patiënten liegen – dat zij ziek worden gemaakt door hun fantasieën en niet door iets dat hen in werkelijkheid is overkomen."

Met andere woorden: deze kwalijke historie ligt volgens Masson aan de basis van het feit dat Freud zijn verleidingstheorie, die hij van 1895 tot 1897 heeft aangehangen, laat vallen. Deze theorie behelsde dat de seksuele mishandeling in de vroege jeugd de eigenlijke oorzaak van hysterie is. Verdrongen traumatische herinneringen veroorzaken vervolgens de neurose. Maar op een gegeven moment slaat Freud dus aan het twijfelen en meent hij dat de verleidingsscènes (lees: jonge vrouwen die door hun vader verleid worden) verzonnen zijn door de patiëntes. Verkrachting maakt plaats voor incest-fantasieën in het hoofd van de Weense zieleknijper.

Dat is een verschil van dag en nacht. Op dat moment verandert de psychoanalyse immers van een vorm van sociale psychiatrie in een dieptepsychologie. De verleidingstheorie had te maken met de invloed van duidelijk zichtbare kwade omgevingsinvloeden op het mentale evenwicht van mensen. Het verlaten van die theorie - "de revolutie van buiten naar binnen" - verwijdert Freud van het bekende terrein van de zogenaamde objectieve werkelijkheid.

"Het handhaven van de verleidingstheorie zou betekenen het opgeven van het Oedipus-complex, en daarmee van het hele belang van het fantasieleven, een bewuste of onbewuste fantasie. In feite denk ik dat er daarna geen psychoanalyse geweest zou zijn."

Traditionele beschouwingen over het ontstaan van de psychoanalyse zijn het er allemaal over eens dat het besef van Freud dat zijn theorie verkeerd was, het keerpunt was voor zijn gedenkwaardige ontdekking van de hoekstenen van de psychoanalytische theorie: kinderlijke seksualiteit en het Oedipus-complex.

Jeffrey Masson [zie foto, Masson op latere leeftijd] toont aan dat er een geur van bederf zit aan deze 'overwinning ontrukt aan de klauwen van de nederlaag'-versie, een versie die van Freud zelf komt. In een vlammend betoog betreurt Masson daarna Freuds kapitale vergissing.

"[De psychoanalisten] betoogden zoiets dat werkelijkheid niet bestaat – dat er niet één Auschwitz is. Dat is het slechtste dat de psychoanalyse de wereld heeft nagelaten: het idee dat er geen werkelijkheid bestaat, dat er alleen individuele ervaringen van die werkelijkheid bestaan. Dat is Freuds erfenis aan de twintigste eeuw. Hij stimuleerde de hele twintigste eeuw – de antropologie, de filosofie, de sociologie – om dat standpunt in te nemen, en dat is een verkeerd en gevaarlijk standpunt."

Het is het geluk van de jonge, dynamische, wetenschappelijk onderlegde Masson dat hij niet gebonden is aan enige factie binnen de psychoanalyse maar gewoon geïnteresseerd is in Freud. Hij is van opleiding historicus en heeft geen verplichtingen jegens de analytische gemeenschap, alleen verplichtingen jegens de historische waarheid.

Maar na deze omineuze ontdekkingen wil Eissler hem ineens niet meer als Secretaris van zijn Archief hebben. Masson was immers nog altijd niet officieel aangesteld en had buiten de kast van Anna Freud nog geen volledige toegang verworven tot het Archief. Het psychoanalytische wereldje begon hem bovendien stilaan als te arrogant, te brutaal, te kritisch en te joods voor dit werk te achten.

De fervente womaniser Masson, die zichzelf als een soort intellectuele gigolo beschouwde, contrasteert inderdaad sterk met zijn nogal kleurloze vakgenoten, die elkaar bij voorkeur naäpen, weinig meer reflecteren over de theoretische uitgangspunten van hun leer en de rangen hermetisch sluiten. De enige medestander die hij vindt is de Zwitserse psychoanalytica Alice Miller (bekend van het boek Het drama van het begaafde kind).

Goed, exit Freud. Lekker. Fijn. Denkt de lezer, terwijl hij zich in de handen wrijft. Maar dan nog is Janet Malcolms verhaal niet ten einde. De schrijfster heeft haar boek erg efficiënt gestructureerd. Driekwart van het boek ging het over Masson, waardoor je onvermijdelijk gaat sympathiseren met deze frisse Amerikaan die scherp afsteekt tegen de sombere Middeneuropese atmosfeer van Freuds universum. Hoe kan je het in hemelsnaam niet opnemen voor iemand in zijn kritische strijd tegen het protectionistische milieu van de psychoanalyse?

Maar dan voert Malcolm opeens ene Peter Swales ten tonele, ook een Freud-onderzoeker, óók een hobbyist die erop gebrand is de vader van de psychoanalyse van zijn sokkel te duwen, vooral door aan te wijzen wat voor autobiografische elementen Freud moedwillig aan zijn patiënten toekende. De op sensatie beluste Swales beweerde in het verleden -- foutief -- dat Freud een relatie heeft gehad met zijn schoonzuster.

Hoe dan ook, Masson en Swales bezitten beiden bronnen die elkaar interesseren en door die naijver geeft Swales een profiel van Masson waardoor diens aureool van onberispelijkheid op zijn beurt taant.

Raak er maar eens aan uit, als lezer. Wat er ook van zij, dit is een belangrijk boek dat de mythe Freud, als zijnde een kuise, puriteinse wetenschapsman met een strenge moraal, grondig ondermijnt. In het Freud-archief bezit alle kwaliteiten van een goeie thriller en lijkt meer te zeggen over de aard van het beestje dat mens heet, dan menig psychologisch leerboek.

Vertaler Han Israëls promoveerde in 1980 op een historisch onderzoek naar een van de bekende 'gevallen' van Freud: het geval Schreber. Hij publiceerde later vooral over Freud en de geschiedenis van de psychoanalyse, onder andere Het geval Freud en De Weense kwakzalver.

Ga ik zeker ook lezen.

> lees een fragment uit dit boek op Prins van Denemarken
> meer over dit boek op Salon.com
> http://en.wikipedia.org/wiki/Jeffrey_Moussaieff_Masson
> http://en.wikipedia.org/wiki/Sigmund_Freud

Janet Malcolm, In het Freud-archief
175 p.
Uitgeverij Wereldbibliotheek, 1985
Oorspr. In the Freud archives (1983)
Vertaald door Han Israëls
____

1 opmerking:

mescaline zei

Grappig, die Han Israels is als Freud-lezer/onderzoeker eens zeer gunstig beoordeeld door Karel van het Reve.

Related Posts with Thumbnails