donderdag 25 oktober 2007

Het mooiste licht is tegenlicht - Michiel Hendryckx

In Het mooiste licht is tegenlicht is een kleine, gevarieerde keuze uit het werk van fotograaf Michiel Hendryckx bijeengebracht.

U kent hem vast. Als u een boek van een onafhankelijke Vlaamse uitgeverij (of betrekkelijk onafhankelijke Vlaamse uitgeverij) in handen houdt met een mooie foto op de voorplaat, dan is de kans groot dat die het werk is van Hendryckx, in samenwerking met vormgever Gert Dooreman.

Covers zijn er nauwelijks opgenomen in dit boek. Schrijvers -en kunstenaarsportretten des te meer. Daar is Hendryckx naar mijn aanvoelen ook het best in.

Hendryckx heeft de priemende blik van Luc Tuymans bijvoorbeeld kundig op de gevoelige plaat vastgelegd. Een prachtig portret van een oude Jef Geeraerts (zonder bril!) tegen een zwarte achtergrond lijkt wel een foto van diens dodenmasker. Er is de klasssieke Brusselmans met al dat haar voor zijn ogen. De groteske close-up van Louis Michel kan makkelijk voor een cartoon doorgaan. De foto van Jan Hoet neemt je direct in voor de man.

Onbedoeld laten deze portretten tegelijk zien hoe klein cultureel Vlaanderen wel niet is. Dat miezerige ons-kent-ons-gevoel.

En over klein Vlaanderen gesproken: Hendryckx vertelt ergens dat de kop van Jan Decleir, overgoten met een fles rode wijn, in 1992 nog voor een regen van klachten zorgde aan het adres van De Standaard Magazine. Ik kan anno 2007 nauwelijks redenen meer verzinnen waarom.

Het koddigst is Geert van Istendael, keurig in de kleren, maar met de wollen slofjes aan zijn voeten die zijn grootmoeder voor hem breit. Een foto die Van Istendael Hendryckx nogal kwalijk nam in illo tempore.

Het boek is zelfs een beetje dun uitgevallen. Jammer dat Hendrickx zijn melancholieke portret van Boudewijn Büch niet heeft geselecteerd.

Voor een goed begrip: Het mooiste licht is tegenlicht is niet louter een portrettengalerij. Integendeel, het boek kan je beschouwen als een overzichtelijke catalogus van wat fotografie nog allemaal vermag.

Van het veelzeggende documentaire beeld (TC Matic in de Parijse nachtclub Folies Bergère in 1985), de "foto als smartlap" (een olifant opgesloten in een enge treinwagon tast met zijn slurf naar buiten), over het verstilde natuurplaatje (kraai pikt een herfstblad op in het Brusselse Warandepark), tot bewust in scène gezette provocatie (een vastgebonden teddybeer met een aantal darts geplant in zijn neus als illustratie bij een artikel over wreedheid).

"Ik ga nooit met een voorbedacht idee op pad. Laat staan dat ik allerlei accessoires meeneem om een foto op te leuken. Het blijft een soort van reportage. Zelfs als ik iets ensceneer, is het altijd met elementen die ik ter plekke vind."

De beelden worden geflankeerd door al even gevarieerde notities van de fotograaf, over het ontstaan van de foto, een zeer minieme technische uitleg of een anekdote.

Bij een plaatje van een piepjonge Kamagurka met dezelfde bolhoed op als zijn grote held Roland Topor tekent Hendryckx aan:

"Kamagurka is een bodemloos vat vol creativiteit. Ik zat ooit naast hem tijdens een signeersessie. Er stond een eindeloze rij kinderen te wachten. Telkens vroeg hij hun naam en tekende dan een originele cartoon, de ene na de andere, stuk voor stuk schitterende vondsten. Aan de lopende band en zonder einde. Gul zoals alleen de besten zijn."

Ook dat Komrij een voorliefde schijnt te hebben voor het vroege werk van The Beatles is een aardig weetje. Voorkennis over de foto van Herr Seele met een nautilusschelp op zijn kale kanis doet je inderdaad scherper kijken. En dat je in de Belgische pers altijd landende vliegtuigen ziet staan bij artikels over nachtlawaai omdat taxiënde toestellen in de buurt van Zaventem moeilijk te fotograferen zijn met al die bewoning op de voorgrond, mag ik graag vernemen.

Toch mocht het voor mij nog een ietsje meer zijn. Dan erger ik me aan Hendryckx' kanttekeningen uit de losse pols, die me te weinig vertellen over het medium. Het worden snel praatjes bij plaatjes. Mager gemijmer.

"Elke foto staat precies in het midden van het voor en het na.
Zolang ik fotografeer, heb ik tweeluiken gemaakt. Studies van het tijdsverloop."


"Fotografie is een oefening in ordenen. De wereld wordt pas leesbaar als we erin slagen de chaos in een keurslijf te wringen."

"De tijd is het vuur waarin wij branden.
Als puber was ik opstandig bij de gedachte dat er geen ontkomen was aan het voortschrijden van de tijd. Ik had het erg moeilijk met het begrip ‘nu’, met elke seconde die wegtikte en nooit meer terugkwam. Misschien ben ik wel fotograaf geworden om de tijd stil te zetten."


Dan doet een Johan de Vos in zijn foto-essays het merkelijk beter. Die maakt van de lezer een betere waarnemer en vertelt wat je zoal uit een foto kan afleiden.

Ik weet van veel foto's ook niet zo zeker of ze een bundeling waard zijn. Ik ken de internationale canon vrij goed -- ik heb jarenlang gulzig in fotoboeken gebladerd -- en Hendryckx' werk haalt het niet bij de grote namen. Bestudeer het oeuvre van Carl De Keyzer, om dicht bij huis te blijven, en vergelijk.

Blijft over: een laagdrempelige, liefdevol getypografeerde gids van een veelzijdig fotograaf. Een gids ook die wat extra redigeerwerk kon gebruiken -- Palladio wordt bijvoorbeeld gespeld met één 'l'.

Wat ik concreet geleerd heb uit dit boek? Dat ik misschien toch werk moet maken van het vage plan een reeks mini-essaytjes te schrijven over een paar willekeurige foto's op Flickr. Je vindt prachtbeelden op die site, maar ook die duizenden technisch volmaakt gefotografeerde nulliteiten fascineren me.

Tweedens: dat ik eens de meerdelige autobiografie van Dirk Bogarde moet lezen. Zijn portret vormt een hoogtepunt in dit boek.

Dat het een ongelooflijk gedoe is om op de site van Manteau iets over een recent boek uit hun fonds te weten te komen. Dat ook, ja.

Daarnaast was het goed om opnieuw herinnerd te worden aan het feit dat fotografie, beter dan andere kunstvormen, erin slaagt oppervlaktes te tonen ("de huid der dingen").

Ten slotte onthoud ik de uitstekende argumentatie waarmee Michiel Hendryckx de puristen, zij die een hekel hebben aan digitale fotografie, een neus zet.

"De fotografie is altijd een subjectief medium geweest, dat keuzes maakt, dat weglaat, dat selecteert. Zonder kiezen is het onmogelijk een verhaal te vertellen. Elke taal bestaat bij de gratie van het weglaten. Het begint al bij de cadrage. Als fotograaf bepaal ik precies wat of wie in beeld komt. Ben ik een leugenaar omdat ik een lantaarnpaal net niet meeneem in mijn beeld?
Vroeger werd in de donkere kamer ook gemanipuleerd. Bij het afdrukken werden delen van het beeld bewust donkerder en lichter gemaakt. Met Photoshop doe ik vandaag niet anders. Ik leg een accent, verhoog het contrast, maak de foto iets leesbaarder."


Dat alles, én het prachtige motto van singer-songwriter Jackson Browne.

"Doctor, my eyes
Tell me what is wrong
Was I unwise to leave them open for so long?"


Mijn absolute favoriet is overigens de foto van Hendryckx als klein jongetje: een oude foto van zichzelf (zo een met een gekarteld randje) die door de oudere Hendryckx opgehouden wordt voor zijn professionele lens. Een mooi kind was-ie, met een ontroerend ontvankelijke blik in zijn ogen.

Ironisch genoeg is dat de enige foto in dit boek die Hendryckx niet zelf heeft gemaakt.

> lees een fragment uit dit boek op Prins van Denemarken
> meer over fotografie op Achille

Michiel Hendryckx, Het mooiste licht is tegenlicht
100 p.
Uitgeverij Manteau en Standaard Uitgeverij, 2007

____ fotokey

Geen opmerkingen:

Related Posts with Thumbnails