vrijdag 28 september 2007

Europa - Tim Parks

Jeremy Marlowe is een Engelse docent die al meer dan twaalf jaar Engels geeft aan de universiteit van Milaan, en aldus sterk doet denken aan zijn schepper Tim Parks, ook docent Engels in Italië, zij het in Verona.

Vijfenveertig lentes telt Marlowe, precies de leeftijd waarop volgens de overlevering Nietzsche is gek geworden. We volgen hem op een busreis met een stel collega's en studenten op weg gaat naar Straatsburg om een petitie in te dienen tegen de financiële discriminatie van buitenlandse leerkachten. Hun salaris wordt onrechtmatig verlaagd, klagen ze, en het aantal jaren dat hun contract vernieuwd kan worden werd onlangs tot vier jaar beperkt.

De petitie en bijbehorende protestkreet is tenminste de beweegreden van de organisator van de trip, Vikram Griffiths, een Indiër uit Wales. Jerry Marlowe reist eigenlijk alleen maar mee omdat zijn voormalige maîtresse, een frivole, intellectuele Française, ook van de partij is. Marlowe, die in een midlifecrisis verkeert, zijn vrouw heeft verlaten en een lesbisch dochtertje heeft, wil aan zichzelf tonen dat hij genoeg karakter bezit om niet toe te geven aan zijn lusten.

Verder op de bus hebben plaatsgenomen: Georg, een Duitser van Poolse afkomst, alsmede een Ierse romancier, de Griekse Dimitra, een Italiaan en nog een stuk of wat andere kleurrijke figuren. Gekrakeel in zowat alle Indo-Europese talen weerklinkt, maar onder de kameraadschappelijke, op alcohol draaiende nervositeit steekt een niet geringe levensangst.

"Man of vrouw, allemaal zijn we bang om naar huis te gaan, omdat de meesten van ons veertig en ouder zijn en gevangen zitten in deze plaats waar het leven ons ooit heeft gedeponeerd, in dit binnenwatertje waar herfstbladeren langzaam rottend ronddrijven (…)"

De lezer merkt vlug dat er van hooggestemde principes geen sprake is bij het groepje, van wie weinigen geloven dat hun petitie door de bureaucratische molen zal komen van het Europees parlement, wiens exacte functies, macht en rechten trouwens geen van de reizigers begrijpt.

Het multiculterele onderonsje mondt al snel uit in verveling en in halfslachtige pogingen "volwassen studentes in de gleuvenval te lokken." Of nog: "De dubbelzinnigheid van de Eurowip!". Onderweg bekijkt de bus de film Dead Poets Society, die hen sterkt in hun sentiment en egoïstische motiefjes.

En zo hobbelt de roman verder, eerst op de bus, dan in een anonieme hotelkamer in een voorstadje van Straatsburg met slechte reproducties aan de muren, en ten slotte in de foyer van het Europees Parlement.

Nou ja, hobbelen... De lezer komt nooit los van de figuur Jerry Marlowe. We volgen alle gebeurtenissen via zijn mentale gesteldheid -- gekenmerkt door topzware tobberijen, zelftwijfel en walg. Jerry blikt terug op zijn relatie en kampt met schuldgevoelens. Allemaal door zijn oud lief: "Zij is het centrum van de wereld en dit reisje is een maalstroom die mijn brein in één richting kanaliseert (...)"

In de kantlijn vallen er af en toe bedenkingen te rapen over de Europese Unie, veelal terugkoppelend naar het ontstaan van de Europese oergedachte bij de antieke Grieken

"wier cultuur aan de basis lag van de Europese identiteit en wier alliantie van stadstaten waarschijnlijk het eerste voorbeeld van een Europese samenwerkingsverband was geweest, hoewel dat natuurlijk in eerste instantie was opgericht tegen een vijand van buitenaf, en niet in naam van wat voor mooie principes ook (…)"

"(…) de eerste keer dat er sprake was van Europa als geografische entiteit (was dat bij Theocritus?) werd alleen maar de Peloponnesus bedoeld, en alleen maar om de Peloponnesus te onderscheiden van Azië, alleen maar om te laten zien dat het kleine schiereiland niet was opgeslokt door de vormeloze massa van een steeds groter wordend Azië. Dat herinner ik me tenminste, correct of misschien verkeerd, uit een boek dat ze me liet lezen, herlezen, in haar volhardende en waarschijnlijk lovenswaardige poging om mij mijn ambitie te laten terugvinden, om mij iemand te laten worden, en daar ging het misschien om, voor wie ze respect kon hebben. Europa, zoals ik het me herinner, was aanvankelijk een claim op onderscheid."

De finale van Europa, kan ik u zeggen, stelt teleur.

De roman voldoet ook niet als satire -- als dat tenminste het opzet van Tim Parks is geweest. Europa is een voorbeeld van hoe fictie nauwelijks iets toevoegt aan de non-fictie van alledag. Het boek is te loom en te lang. Het bijt niet. Goed, Parks citeert dan wel een Thucydides

"We geloven, uit traditie als het de goden betreft, en uit ervaring als het de mensen betreft, dat elk wezen, als gold het een natuurwet, altijd alle macht uitoefent waarover zij beschikt."

en herhaaldelijk zelfs, maar zo'n quote slaat dood in de stream-of-consciousness-achtige brei in het brein van een neurotische, krachteloze intellectueel die rondscharrelt in het rommelhok van zijn privé-leven.

Europa is te duidelijk het verzinsel van een literator. Het motief Europa en Jerry's persoonlijke geschiedenis grijpen niet in elkaar, hoe hard Parks het ook probeert, door bijvoorbeeld de Française zeer pro-Europees te maken en met haar ex te laten discussiëren.

"Zij was er trots op Frans te zijn, zei ze, omdat de Franse revolutie aan de basis lag van het moderne Europa. De principes liberté, fraternité en égalité."

Europa lezen is anderhalf uur traag waden in een moeras, waarna het vasteland aan de overkant ook nog eens ontgoochelt. Het gezanik van Jerry's ziel werkt op de zenuwen. De alinea's zijn breedvoerig en toch ondiep. Misschien werkt de roman beter in het Engelse origineel.

Ik heb me dan maar vastgeklampt aan de ironische terzijdes die met de regelmaat en frequentie van een wegrestaurant voorbij komen. Er zijn er te weinig van, wou ik zeggen. Dit is veruit de leukste:

"Plato geloofde niet in de wereld van pure vormen. Zoveel is duidelijk als je De Staat leest. Niemand zag duidelijker dan hij dat de wereld een plek van verandering en bedrog was, en als hij verkoos die plek elke realiteit te ontzeggen en nadrukkelijk sprak over een ideële, echtere wereld daarbuiten, was dat misschien zijn manier om zijn verontwaardiging uit te drukken, een geestelijke ruimte uit te drukken, een plek van verlangen die we allemaal in ons hebben. Waar alles tot stilstand komt. Zoals mijn vrouw, zoals de buitenlandse docenten van de universiteit van Milaan, zoals de visionaire architecten van ons Verenigde Europa, verlangde hij ernaar dat zijn uiteindelijke vorm zou aannemen en tot stilstand zou komen, of dat alle beweging tenminsten geneutraliseerd zou worden in herhaling, in ritueel, net zoals zijn strak geordende wereld van wijsgeer-koningen de eeuwige harmonie der sferen moest weerspiegelen. Hij verlangde naar een definitieve plaats voor ieder mens, voor altijd, met een exact omschreven en toegewezen rol voor altijd, naar autoriteit, evenwicht, rechtvaardigheid. Aldus Europa. Aldus ons uiteindelijke thuis. Onze vaste baan. Het einde van strijd. Het einde van strijd. Het einde van armoede. Het einde van geschiedenis. De vorm van een appel, gedefinieerd. De ingrediënten van een ijsje, gedefinieerd. Pure vorm. Ultieme solidariteit in een wereld waar geperfectioneerde techniek alle lijden zal verwijderen. Alle onrecht hersteld zal worden."

Europa stond op de shortlist voor de Booker Prize 1997, maar haalde het niet van Arundhati Roy en haar De god van kleine dingen. Ik snap die overwaardering niet. Het moet zijn dat in het midden van de jaren negentig een goeie brok euroscepticisme in verhaalvorm wel werd gesmaakt in Groot-Brittannië.

Ik vond Europa boudweg saai. De nationaliteitsverschillen komen te weinig uit de verf. Multiculturaliteit vergaat hier in een vervelend esperanto -- een taal waar niemand wakker van ligt. Trouwens, Europa is sowieso een stuk fictie, een verafgelegen en dor gegeven, en ongeschikt voor een roman die realisme beoogt. Europa is als een huis met een te hoog plafond. Een stationshal. Nuttig, jazeker, maar wie voelt zich thuis in een stationshal?

> lees een fragment uit dit boek op Prins van Denemarken
> http://www.timparks.com/ (een zeldzaam lelijke site)

Tim Parks, Europa
265 p.
Uitgeverij De Arbeiderspers, 1999
Oorspr. Europa (1997)
Vertaald door C.M.L. Kisling
____

2 opmerkingen:

mescaline zei

Ik ken het boek niet. De recensie overtuigt me. Niet in de laatste plaats door de "methode": laten zien wat er wordt gemist, laten zien wat er wordt gegeven.

Een vraag die je dan kunt stellen is: of die methode niet nog perfecter kan. B.v. door ook expliciet de commentaren op het boek van de auteur zelf te geven, en/of de flapteksten expliciet te beoordelen.

Just a thought. Een recensie is vanzelfsprekend nooit objectief.

Achille van den Branden zei

Flapteksten worden geschreven door uitgevers en moeten mensen lekker maken. Punt. Het is spindoctoring, en in die zin weet ik niet of het de moeite loont daar veel kritische energie in te steken.

Zelf probeer ik ze zo schuins mogelijk te lezen. Waar komt de auteur vandaan?, wanneer is-ie geboren? en waar gaat het boek over? Aan een paar trefwoorden tijdens een snelle scan heb ik genoeg.

Ik ben wel van plan mijn mini-serietje 'Kreupele flapteksten' te onderhouden. Daar heb ik veel plezier in.

http://achillevandenbranden.blogspot.com/search?q=kreupele+flapteksten

Objectief, subjectief... Ikzelf vind mijn stukjes meestal te objectief uit te vallen. Ik hoop dat ik ooit de staat van verlichting bereik om de waarde van een slecht boek met een paar rode diagonalen te doorstrepen. Ijsbrand kan dat zo prettig. Maar ik wil het dan toch weer netjes doen, met korte inhoud, een woordje over stilistiek enz. zodat een zekere grijsheid altijd op de loer ligt. Het gevaar om jezelf te herhalen ook.

Anderzijds zou het hypocriet zijn te beweren dat aan dit tempo elk boek op een zodanig belangwekkende subjectieve indruk maakt dat die het waard is op te schrijven.

Enfin, het blijft schipperen. Een mooie - weet niet meer van wie:

"Objectieve mensen, nodigt iemand die ooit uit op zijn verjaardag?"

Related Posts with Thumbnails