Frequenter Allatae Quaestiunculae
Waaronder ook alle Guinness Book of Records-achtige vragen (hoeveel, hoelang, hoe snel), in de hoop dat de reacties voortaan over de boeken kunnen gaan.
1. Wie is Achille van den Branden?
Achille van den Branden is de hoofdpersoon van 'Het boek', een van de vroege verhalen van Tom Lanoye, opgenomen in de bundel Slagerszoon met een brilletje (1985). Voor het overige heeft deze site geen uitstaans met het werk van Lanoye, is ze geen creatie van Lanoye, noch wordt ze volgens diens poëticale of literaire opvattingen bestierd.
Bedoeld verhaal schetst het wel en wee van een man die een fenomenaal leesreceptievermogen bezit, “dat we het best kunnen omschrijven als een nog nooit in de vakliteratuur gesignaleerde tegenpool van totale dyslexie”.
In korte tijd las Achille even vlot als een volwassene. Maar hij voelde zich beperkt. Hij vatte het plan op om een regel niet langer woord na woord, maar ineens in zijn geheel te leren lezen. Hij oefende lang op de smalle kolommen van honderden kranten en reclamefolders. […] En hij won. Waar een ander woorden las, las hij de regel. Hij had voor een alinea minder tijd nodig dan vroeger voor een zin. De dag kwam dat hij zelfs een zetspiegel van meer dan tien centimeter breed niet langer uit de weg moest gaan. […] Maar ook nu voelde Achille zich beperkt. Al las hij sneller dan wie ook, het zou hem jaren kosten om alle boeken van de Gemeentelijke Bibliotheek te lezen. Tenzij misschien indien hij leerde om, in de plaats van één regel, er ineens twée te lezen. Hij oefende tot hij het kon. […] Op den duur kon Achille in één oogwenk een volledige bladzijde lezen, gewoon door er even naar te kijken als naar een woord. Hij ging vrijwel dagelijks naar de Gemeentelijke Bibliotheek en las tot vier boeken per dag. […] Zijn leestechniek stond voor niets meer. Hij nam een boek bij de rug met zijn linkerhand, hield zijn rechterduim op de snede en deed het bandfront langzaam naar links kantelen. De bladen begonnen bedaard vanonder zijn duim te waaieren, op hun voorgangers neerstrijkend als vogels op hun nest. Na een tiental seconden klapte Achille het boek dicht, dat voor hem geen geheimen meer bevatte.De baseline van de blog is een verbastering van de openingsregels van ‘Het boek’.
Ofschoon Achille van den Branden nog geen vijftig was, had hij alle boeken ter wereld gelezen. Hij ging door voor een wijs man.Wat een begin. Meteen raak. Toon, ritme, alles.
De maker van deze site wil vooral goede boeken promoten. Ik mag hopen dat er iets van Achilles gulzigheid uit opvlamt.
2. Wie steekt er achter achillevandenbranden.blogspot.com?
Een tweeëndertigjarige Vlaming met een allesverterende passie voor het gedrukte woord. Op de vraag of het een koepelnaam betreft voor meerdere personen, kan ik formeel zijn: neen. Deze weblog is een onemanshow. Achille van den Branden is een schuilnaam, maar geen mystificatie van een collectief van recensenten. Dat zou wel erg flauw zijn.
3. Waarom al die geheimzinnigheid?
Ik ben gewoon gesteld op mijn privacy. Een Amerikaans criticus sabelde nog niet zo lang geleden een weblog met boekbesprekingen neer, deels omdat de auteur een simpele handelaar in auto-onderdelen was. Dat zal mij niet zo snel overkomen. Ik ben een plezierlezer, geen professioneel recensent, en ook geen schrijver die onder een schuilnaam op een comfortabele manier collega’s wil afzeiken. Ik heb niks te maken met het literaire circuit. Mijn echte naam zou u niets zeggen.
4. Leest u de boeken op Prins van Denemarken echt allemaal zelf?
Ja.
Doorbladeren, bedoelt u.
Neen, lezen. Van kaft tot kaft.
Elke dag netjes een boek, dat is toch vrijwel onmogelijk?
Nou, er zit veel poëzie tussen natuurlijk, dat meestal snel wegleest. Mijn lezen verloopt ook een stuk chaotischer dan Prins laat uitschijnen. Op kalme dagen leg ik meestal een voorraadje aan voor als het wat drukker wordt.
5. Waar haalt u de tijd vandaan?
Ik heb hiernaast een voltijdse baan, als u dat bedoelt. Ik lees gemiddeld twee uur per dag. Op vrije dagen kan dat oplopen tot vier uur. Hoe dan ook nooit minder dan een uur. De volgende dag werk ik gewoonlijk een uurtje aan mijn aantekeningen bij het gelezen boek. Nog een dag later verwerk ik die notities in de stukken op Achille. Aan een recensie werk ik nooit veel langer dan anderhalf uur: de tijd tussen de middagboterhammen en de namiddagshift. Dat betekent dat ik doorgaans vier uur aan één boek besteed, elke dag opnieuw. Op een totaal van vierentwintig uur valt dat nogal mee, vind ik. Het heeft dus meer te maken met discipline dan met wonderbaarlijke leescapaciteiten of zo. Elke minuut productief maken. Ik schrijf heel graag, dus gaat het grootste deel van mijn vrije tijd daaraan op.
U bent zeker niet getrouwd?
Toch wel. Zij het kinderloos. Maar dat zijn eigenlijk uw zaken niet.
6. Hoe snel leest u?
Ik lees een gemiddelde van zeventig pagina’s per uur. Langzaam is dat niet, maar toch peanuts in vergelijking met wat geoefende snellezers halen. Bij een echt goed boek kan het tempo terugzakken tot veertig pagina’s, bij ondermaatse boeken oplopen tot honderd pagina’s per uur.
Leest u al lang tegen dit tempo?
Ik ben al tien jaar een stevige lezer, maar tot 2002 lagen de jaarcijfers, om zo te zeggen, nog op de helft.
Vindt u niet dat u vreselijk veel leest?
Het gaat niet om hoeveel je leest, maar of wat je leest je rijker maakt. Het is niet dat al die boeken in mijn geheugen gegrift blijven. Gelukkig niet. Ik wil niet vals bescheiden klinken, maar er zijn mensen die nog veel meer lezen dan ik. Van de zeventiende-eeuwse kamergeleerde Charles Du Fresne Du Cange wordt verteld dat hij tot twintig uur per dag met zijn neus in de boeken zat. Ik kom heus voldoende mijn huis uit. Ik musiceer. Ik ga stappen met vrienden. Met mij gaat alles prima, dank u.
Waarom leest u zoveel?
"Some people read for instruction, which is praiseworthy, and some for pleasure, which is innocent, but not a few read from habit, and I suppose that this is neither innocent nor praiseworthy. Of that lamentable company am I. Conversation after a time bores me, games tire me, and my own thoughts, which we are told are the unfailing resource of a sensible man, have a tendency to run dry. Then I fly to my book as the opium-smoker to his pipe." - William Somerset Maugham, 'The Book Bag'
7. Als u boeken toch zo oppervlakkig schijnt door te nemen, waar haalt u dan het recht vandaan om daar een stellig oordeel over te vellen?
Ik weet niet of mijn oordelen wel zo stellig zijn. Als er twijfel, onbegrip of andere obstakels rijzen, probeer ik dat te signaleren. Ik houd eraan ook netjes mijn vooroordelen aan te geven. De stukken op Achille moeten beschouwd worden als persoonlijke leesimpressies, eerder dan recensies. Een bespreking moet niet altijd het product zijn van close reading. Elke helder geformuleerde, verifieerbare opmerking over een boek, dondert niet wie haar maakt, is het overdenken waard.
In het werftekstje rechts spreekt u wel degelijk van ‘recensies’.
Ach, het kind moet een naam hebben. Ik laat de vorm van mijn schrijfsels bepalen door het boek zelf. Soms levert dat een impressie op, of een inhoudelijke synthese, dan weer leeservaring vermengd met persoonlijke herinnering, soms iets wat je een column zou kunnen noemen. Analyses zijn het nooit. Bij het schrijven stel ik mezelf één vraag: wat wil ik van dit boek onthouden? Die selectie is zeer subjectief, vaak niet eens representatief. Ik zie daarom de recensies op Achille als pasfoto’s: goedkope, snel gemaakte zelfportretten, zonder veel stilistische make-up, maar hopelijk wel helder.
Recensies, recensies… Soms lijken het meer alibi’s om zoveel mogelijk te citeren.
Dat kan kloppen, ja. Zie ook hier.
8. Wat verwacht u van een boek?
Intelligentie. Dat kan zitten in de Vorm of in de Vent. Ooit kom ik daar uitgebreid op terug, in een stukje over mijn vooroordelen bij het lezen.
Zijn er critici waar u zich aan spiegelt?
Dat is een riskante vraag. Elk antwoord klinkt zo zelfvergrotend. Laat ik het voorzichtig uitdrukken: ik heb grote bewondering voor het kritisch vernuft en de stilistische brille van een Jeroen Brouwers, Komrij of W.F. Hermans (Mandarijnen op zwavelzuur). Onder de beroepsbesprekers verdienen Herman Franke, Hans Goedkoop, Max Pam, Rudy Vandendaele en Frank Hellemans (Tegen de begijnhofliteratuur) het meest navolging. Herman Brusselmans’ Geschiedenis van de wereldliteratuur is verplichte kost. Ik zou ook een aantal uitheemse namen kunnen opsommen, maar dat zou helemaal potsierlijk zijn.
Op internet is de spoeling merkelijk dunner. Boeklog.info noemde ik al, maar ik heb ook respect voor de manier waarop bijvoorbeeld Chrétien Breukers in zijn recensies de platgetreden paden probeert te ontwijken.
Het zijn niet de grote theoretici die ik noem, neen. Een goeie recensent schrijft niet al te modieus of behaagziek, is gezegend met gezond verstand, een blik die verder reikt dan het geliteratureluur, en benadert boeken afstandelijk, doch niet volkomen ontmenselijkt of star-theoretisch. Hij is bij voorkeur niet te veel genesteld in het literaire wereldje.
Ik voel me overigens niet verplicht om al die kwaliteiten zelf waar te maken.
9. Wat drijft u om dit allemaal online te zetten?
Ijdeltuiterij, geldingsdrang, de behoefte te worden bemind en gehaat. Wat zou het anders zijn? Daarnaast fungeert deze blog als leesdagboek. Dat er andere mensen meelezen is fijn. Ik maak al een goed decennium lectuuraantekeningen in een soort commonplace book, zo’n drieduizend pagina’s per jaar. Stilaan groeide de onvrede dat zoveel nuttigs daaruit dode letter bleef. Vandaar dat hier in de toekomst ook besprekingen zullen verschijnen gebaseerd op oude notities.
Deze weblog is er ook deels gekomen uit onvrede met wat klassieke literaire media brengen. Het wordt steeds minder, steeds voorspelbaarder, steeds meer gefixeerd op de actualiteit en een beperkt kransje goedlopende namen, wat ik in bladen en kranten onder ogen krijg. Vooral in Vlaanderen is er een opbod aan middelmatige recensies in uitsloverig sierproza over al even middelmatige, trendgevoelige titels. Veel uitstekende boeken krijgen hoogstens een bespreking die niet langer is dan een contactadvertentie.
Ik mis bovendien een beetje de stem van de met goede smaak behepte plezierlezers op het internet. Literatuur mag dan niet de grote massa bereiken, toch blijven duizenden en duizenden mensen goede boeken kopen. Ik zie ze in de boekhandel, in de tweedehandswinkel, op rommelmarkten. Timide bebrilde studenten. Bedaagde heren met een baardje. Pienter uit de ogen kijkende dames. Wat vinden ze van de boeken die ze lezen? Wat voelen ze erbij? Ze moeten vol leestips zitten, maar doen er zelden iets mee. Zonde. Elke mens die sterft is een museum dat afbrandt. Laat mij alvast dit bescheiden monumentje oprichten. Paul Eluard zei het mooi: "Le dur désir de durer."
Tenslotte is het fijn dat ik op Achille marginale of vergeten boeken voor het voetlicht kan plaatsen. Over de tekeningen van Benoît, het korte proza van Hugo Matthysen, de poëzie van Paul Neuhuys of een boek als Erewhon van Samuel Butler was op het hele internet tot voor kort geen zinnig woord in het Nederlands te vinden. En laat die stukken van me nu niet het alfa en het omega zijn, toch voelt het goed dat ze daarin verandering brengen.
10. Waarom biedt u geen rss-feeds aan, of een andere vorm van attendering?
Vanaf 4 mei zijn er wel degelijk feeds beschikbaar.
11. Die boekbesprekingen van u zijn aardig, maar waarom moet die andere rommel erbij?
Indien u alleen de recensies wil blijven lezen, surft u gewoon naar http://achillevandenbranden.blogspot.com/search/label/opinio
> meer vragen aan Achille
____

12 opmerkingen:
Als u het zo omstandig uitlegt, vergroot u het risico dat het niet over de boeken gaat. En eerlijk gezegd, geloof ik niet dat daar niet meer tijd in gaat zitten dan u schrijft (en leest). Dat lijkt me inderdaad een vorm van epateren, iets wat deze blog niet nodig heeft, maar zich wel iets te vaak aan bezondigt. Maar juist ja...de boeken!
Het staat u vrij te geloven wat u wil. Ik kan me voorstellen dat een en ander inderdaad als epateren overkomt. De omstandigheid hier heeft als bedoeling alles te zeggen wat er te zeggen valt bij het handvol vragen dat ik steeds weer krijg. Als het aan mij ligt, maak ik daar nooit meer een woord aan vuil. Als ik in toekomstige stukken opnieuw epateer, hoor ik het wel van u.
vriendelijke groet,
AvdB
U schrijft uitstekend, dat weet u. Als hier een boekenbijlagechef met ogen in zijn kop langskomt, vraagt hij u gegarandeerd meteen voor hem te schrijven. Zou u daarop ingaan?
Het is interessant dat het fenomeen 'leeslog' of 'boeklog' de laatste maanden lijkt door te breken. Wat u zegt, ineens kunnen de gewone én de ongewone lezer van zich laten horen, al is het maar ten behoeve van al die andere lezers op hun zolderkamertjes. Ik ben benieuwd waar dit allemaal toe gaat leiden.
@james
Als het onder pseudoniem mag, er een stipendium tegenover staat, en ik alle kopij van achter mijn bureau mag blijven aanleveren: waarom niet. Het wordt moeilijk voor die boekenbijlagechef om iets tegenover de totale vrijheid van een eigen weblog te stellen.
@marc
Ik ook.
aha, wat ik al dacht, dus toch stiekem lezen en bloggen tijdens de werkuren...
Heer Fialho, dit wordt onprettig. U weet niets af van mijn werkuren. Ik heb ruime ervaring met dit soort discussies en ze leiden alleen maar tot narigheid. Laten we erover ophouden.
u vraagt er ook om met al die geheimzinnigheid en die omstandige faq - laat de boeken voor zich spreken en niet teveel trammelant. daar gaan blogs inderdaad aan ten onder.
toch maar reacties modereren als ze je een keertje dan toch onwelgevallig zijn?
1. "niet teveel trammelant"
Anderhalve pagina faq tegenover inmiddels 62 recensies: spreken van een wanverhouding is toch werkelijk te bar. Neen?
2. "al die geheimzinnigheid"
Het ontraceerbare koosnaampje 'fialho' lijkt ook niet meteen te kaderen in de door u vooropgestelde transparantie.
3. "toch maar reacties modereren"
Geen denken aan. Kritiek kan ik hebben, door wrevel ingegeven valse insinuaties - bloggen tijdens de werkuren - niet.
4. "laat de boeken voor zich spreken"
Doen we. Tot hier en niet verder.
Beste Achille,
Prettig dat er nog Latijn wordt gepixeld op het web.
In deze FAQ hoor ik een zeker gemis aan een bepaald type recensent.
Ik nodig je graag uit te komen kijken op mijn recensieblog - rond cultuur in het algemeen en boeken in het bijzonder. Ik ben benieuwd naar je* mening.
Celia Ledoux
(* of naar smaak uw, om in jouw/uw jargon te blijven)
Beste Celia Ledoux,
(na enig kriskras heen en weer geklik)
Ziet er meer dan aardig uit. Gek dat ik nog nooit op uw werk ben gestoten, temeer daar u al een poosje aanwezig bent op het web.
Prettig geschreven, goed diep ook, én helder vormgegeven. Ziedaar drie troeven die ervoor zorgen dat ik uw kraam op zijn minst één keer per maand zal aandoen.
Beste Achille,
Bedankt voor de kliks en de bloemen.
Ik ben al goed een jaar of vier steeds overtuigder en steviger aan het schrijven, dat klopt. Reviewen en proza schrijven als (financieel geremunereerde) dagtaak zou ik onderhand zeer prettig vinden.
Voorlopig is mijn kraam - haha: by any other name is just as sweet? - inderdaad vrij onbekend, buiten een aantal enthousiaste lezers, complimenterende passanten en de occasionele geletterde BV.
Ik neig dan ook minder naar mijzelf rondventen dan naar reviewen en schrijven. Dat is mijn bekendheid wellicht niet ten goede gekomen.
Bovendien is het in ons taalgebied nog niet de gewoonte goede internetcritici af te romen en naar de gevestigde media te lokken. Het is begrijpelijk dat redacties soms door de bomen het bos niet meer zien. Toch valt het me tegen dat in ons toch grote taalgebied het internet als bron voor nieuwe pennen nog zo passief links wordt gelaten, om persoonlijke én sociologisch-maatschappelijke redenen. Getuige : http://celialedoux.blogspot.com/2006/09/festival-review-column-statement.html.
Zo, genoeg daarover. Als je de onbekendheid onverdiend genoeg vindt mag je gerust reclame maken.
De ontdekking is overigens wederzijds; je blog is een haven in een woordenbraak internet.
Een reactie plaatsen