De Verboden Beelden - Paul Nougé
De Verboden Beelden bevat een selectie uit de geschriften van Paul Nougé (1895-1967). Na het boek van Raoul Vaneigem opnieuw een titel uit het fonds van uitgeverij Ijzer waar ik niets mee kan aanvangen.
Van huis uit biochemicus begon Nougé vanaf 1924 met Camille Goemans en Marcel Lecomte surrealistische pamfletten (onder de koepelnaam Correspondance) op te sturen naar de grote Parijse roerganger André Breton. Hoewel Nougé de Franse nationaliteit bezat, zou hij zijn hele leven in Brussel wonen en werken.
Daar bleef het niet bij. Nougé, Goemans en Lecomte richtten samen met de componisten Paul Hooreman en André Souris en de beeldende kunstenaars René Magritte en E.L.T. Mesens een eigen surrealistische club op die losse betrekkingen onderhield met het Franse hoofdkwartier. In de jaren veertig zou het tot een breuk komen met hun tegenhangers in de lichtstad.
Deze keuze opent met 'De spiegelkamer' uit 1929, een intrigerende verzameling niets ontziende personalia.
"Lomp gezicht, dichte wenkbrauwen, grove lippen; pikzwart, ogen en hoofdhaar, enigszins een snor, achttien jaar, wasvrouw. Masturbeert zich waarschijnlijk. Erg opgewonden. Heeft gekotst toen zij binnenkwam. Het uittrekken van haar hemd ging een beetje moeizaam. Tamelijk grote enigszins hangende borsten, nauwelijks getekende tepelkringen, ingedeukte tepels, niet te veel buikbeharing, wel buitengewoon behaarde benen, zwart, maar alleen tot aan de knieeën. Tamelijk volle bossen onder de oksels. Geen lichaamsgeur."
Zin en betekenis van dit alles blijft onduidelijk, net als de vraag waarom dat ideetje 38 fragmenten lang volgehouden moest worden.
Uit het zelfde jaar stamt 'De conferentie van Charleroi', een lange, opnieuw fragmentarische tekst waarin Nougé probeert aan te tonen waarom het beluisteren en componeren van muziek helemaal geen onschadelijk vermaak is. Hij doet dat onder meer door een einde te maken aan de schijnbare tegenstelling tussen toeschouwer en uitvoerder.
Ik kan er weinig meer van navertellen, zo warrig is Nougé's betoog. Hij noemt het zelf "een onderzoek", "een waarschuwing", "de ontsluiering van een geheim". Ik opteer voor een andere trias: belabberd essay, stompe filippica, doffe spielerei.
De waarde van dit boek - voornamelijk historische waarde - zit 'm in het feit dat Nougé een van de eersten was die beschouwingen wijdde aan de schilderkunst van kunstbroeder Magritte. 'De verdedigde beelden' heet dat stuk. Hij beschouwt diens doeken als eyeopeners, antidota tegen de alledaagse waarnemingen die we plegen te doen.
"Wat geldt voor het gezichtsvermogen, geldt ook voor de andere zintuigen. Wij horen alleen wat wij willen horen, in een openbare gelegenheid horen wij de woorden van personen die wij kennen of die ons op de een of andere manier opmerkelijk voorkomen, maar niet de woorden die ons onverschillig laten."
Magritte biedt geen reeks van strikt logisch afgeleide beelden aan, een eerste beeld dat het volgende oproept en daardoor verdwijnt, waardoor dat ene onbeweeglijke schilderij in het bewustzijn verankerd wordt en blijft. Zoals het schilderij het oog beziggehouden heeft, houdt het oog de geest bezig, aldus Nougé. Als een permanente metafoor, een metafoor die voor het denken de terugtocht onmogelijk maakt.
"In tegenstelling tot het goedaardig openen van bekende perspectieven, wordt door het beeld de weg naar de volledige rust versperd."
Zoals zoveel kunstkritiek is dit echter weinig meer dan de aparte verwoording van een basaal inzicht.
En toch. Francis Ponge, zeker niet de minste, was een bewonderaar van Nougé. Er moet dus meer aan de hand zijn. Dat surplus komen we alleszins niet aan de weet in de inleiding. Hanne Willighagen beperkt zich tot een biografische notitie en vertikt het met ook maar één woord te reppen over de teksten zelf.
Tja, als dat hier al niet gebeurt, waar dan wel?
> lees een fragment uit dit boek op Prins van Denemarken
Paul Nougé, De Verboden Beelden
123 p.
Uitgeverij IJzer, 1995
Oorspr. teksten uit:
Histoire de ne pas rire (1956)
L’expérience continue (1966)
Des mots à la rumeur d’une oblique pensée (1983)
____

0 reactie(s):
Een reactie plaatsen