Kwijtschrift - Bart Janssen
"Taal ontdaan.
Elk woord een omhaal
in ondiep water, komt
niet aan het oppervlak
breekt de nek op de bodem
die het niet haalt."
Zo luidt het eerste gedicht uit Kwijtschrift, cursief afgedrukt, een soortement beginselverklaring.
Ik heb niets tegen gedichten die de taal als onderwerp nemen. Ze mogen desnoods een afdeling aanhouden, maar dan moet het echt over iets anders gaan. Poëticale poëzie zou een vertrekpunt moeten zijn, geen terminus. Bart Janssen blijft maar doorzeuren.
De gedichten uit de volgende afdeling vormen een verkapt zelfportret. Wat óók weer een beetje surplacen is. Het zal u niet verbazen dat al snel het spiegelmotief zijn opwachting maakt.
God, ik krijg iets van bundels met zo een zuinige thematiek.
Pas op, soms is het goed gedaan. Janssens voornaamste bondgenoten zijn geduld, een chic ogende karigheid en veel wederkerige werkwoorden. Zie ook: Kouwenaar en Faverey.
"WIEL
voor Geert Nys
Leven in de vorm
van zijn leven krijgt
vaart in de kromme.
Zijn eind buigt zich
voor het eind, bijt zich
in de waan van het wiel."
Tijdens de tien minuten die het kostte deze reflecties op taal en identiteit in te kijken, bekroop me voortdurend de vraag:
Punt begrepen, Bart Janssen, maar waar gaan we het, dit gezegd zijnde, dan vervolgens eens over hebben?
> lees een fragment uit dit boek op Prins van Denemarken
Bart Janssen, Kwijtschrift : gedichten
47 p.
Uitgeverij Lannoo, 2001
____

Geen opmerkingen:
Een reactie plaatsen