maandag 4 juni 2007

Het dagboek als kunstvorm - Hans Warren

Toen ik dit boekje voor 2 euro kocht in het modern antiquariaat, had ik tijdens het doorbladeren al gemerkt dat het zijn geld niet waard was en enkel als toemaatje bij Warrens Geheime dagboek was verschenen. Maar wat wil je, het ziet er zo mooi uit en ik verzamel nu eenmaal alles over dagboekliteratuur.

En ik had een paar (mij onbekende) namen niet willen missen, die toebehoren aan de kampioenen van het genre: de Nederlander Willem Oltmans (met 250.000 dagboekbladen met stip op nr.1; de man is spijtig genoeg stiefmoederlijk present in de Vlaamse bibliotheek), de Amerikaanse dichter Arthur Inman (155 delen journaal) en de Venetiaanse chroniqueur Marin Sanudo (40.000 pagina's). Het dagboek van Amiel kende ik al en heb ik hier op de plank. (Daarover een andere keer meer.)

Voor het overige ontvouwt Hans Warren in dit essay weinig wat ik, met voldoende tijd en tegen een honorarium, niet zelf had kunnen verzinnen. Hij heeft al eens beter over het thema geschreven (in Binnenste buiten).

Toch is het goed aan de hand van Het dagboek als kunstvorm de verschillende functies van dagboeken op een rijtje te kunnen zetten.

1. het dagboek als therapie
2. als schrijverswerkplaats, als opslagruimte voor later te bewerken stof
3. als uitbreiding van het geheugen, als omgekeerde agenda
4. als getrouwe spiegel van het leven, als produkt van nietsontziende eerlijkheid
5. als instrument voor zelfonderzoek

Waarbij zo'n functie nooit geheel raszuiver aanwezig is, natuurlijk.

Warren haalt als voornaamste tegenstander van het genre W.F. Hermans aan, die de Forum-generatie hekelde omdat ze luide roepers om dagboeken waren maar het zelf vertikten een te schrijven. Hermans vond sowieso dat literatuur een produkt van arrangement en stijl behoort te zijn, zaken die wel eens willen ontbreken in dagboeken. Een beetje gemakkelijk scoren is dat, en Warren toont even eenvoudig aan dat zulks ook geldt voor romans.

De meeste dagboekaniers schaven wel degelijk aan hun dagelijkse aantekeningen, zeker wanneer die gepubliceerd zullen worden. Ze laten gedeeltes weg en brengen stilistische verbeteringen aan. De grote paradox is dat bij het tot kunst omwerken van een dagboek het documentaire karakter ervan geen geweld mag aangedaan worden, omdat je dan eindigt met memoires.

Warren stipt terecht aan dat, ondanks het bestaan van een reeks als Privé-domein, de Nederlandstalige letteren weinig intieme geschriften kent. Voor de weinige grote namen (vaak middelgrote namen) moeten we een eind terug in de tijd: Anne Frank natuurlijk, naast Ver Huell, Beets, Van Eeden, Streuvels, Claes, Van Deyssel, Etty Hillesum, Bert Voeten, Buddingh', J.J. Peerenboom, Daniel Robberechts, Margaretha Ferguson en Kees Verheul.

De hamvraag in deze luidt: ligt die onwilligheid en onkunde bij de auteurs of bij de uitgeverijen? Het is toch verdacht dat er van Voskuil, nadat deze Het bureau definitief sloot, opeens uit het niets dagboeken en voettochtnotities verschijnen? Ander voorbeeld: het lijk van Reve is nog niet helemaal koud, of daar verschijnt een (overigens kostelijk) dagboek van Erwin Mortier over zijn vakantie bij de grote volksschrijver. [lees een fragment daaruit op PvD]

Achten uitgevers dagboekliteratuur, out of the blue, van een auteur die zich dus alleen maar daarin heeft bekwaamd, onverkoopbaar? Het lijkt erop. Enkel Veen investeert dezer dagen in recente dagboeken, deze van Désanne Van Brederode, Jan Terlouw en Robert Anker. Maar ook die mensen hebben eerst hun strepen verdiend met andere boeken. Quod erat demonstrandum.

Waarom lees ík eigenlijk dagboeken? De redenen zijn divers. Ik houd zelf een intiem journaal bij (dat voor alle duidelijkheid niet samenvalt met het publieke diarium op deze blog) en trek me op aan de meesters van het genre. Daarnaast verlustig ik me graag aan persoonlijk vertoon en ben ik tuk op roddels (met de broertjes Goncourt op kop).

(Warren herinnert er overigens aan dat journalen pas vanaf de Renaissance een uitgesproken autobiografisch karakter krijgen. Hij noemt Johann Kaspar Lavater als de man die met zijn Geheimes Tagebuch von einem Beobachter seines selbst als eerste zijn journaal als middel tot zelfonderzoek gebruikte.)

Warren vernoemt zijdelings nog twee andere karakteristieken van het genre, die welbeschouwd sterke argumenten vormen pro dagboeklectuur:

"Omdat bij een roman zo ongeveer duidelijk is waar men op moet letten, bestaat er geen neiging dagboeken op vergelijkbare wijze te lezen. (...) Ze zijn formuleloos."

"Het grote bezwaar van romanliteratuur is dat je er in moet geloven terwijl ze zo weinig geloofwaardig is. Je moet haar wetten, haar conventies, haar structuren aanvaarden."

Ook daarom lees ik ze: hun grilligheid, rafeligheid en vele verschijningsvormen. Tegelijk ben ik me goed bewust van de huichelachtigheid van dit literair specialisme. Want de dagboekschrijver vertekent natuurlijk evengoed de realiteit als de romancier - niet alleen door zijn stilering of subjectiviteit, maar ook door de selectie en weglating van materiaal. Je wil en kunt niet over alles tegelijk berichten.

> lees een fragment uit dit boek op Prins van Denemarken

> http://nl.wikipedia.org/wiki/Willem_Oltmans
> de Georgia Encyclopedia over Arthur Inman
> http://de.wikipedia.org/wiki/Marin_Sanudo
> http://en.wikipedia.org/wiki/Johann_Kaspar_Lavater
> dagboeken op de Vpro

Hans Warren, Het dagboek als kunstvorm
32 p.
Uitgeverij Bert Bakker, 1987

____

1 opmerking:

Nimeus zei

Dag meneer Van den Branden,

Ben, net als u, al jaren verzamelaar van allerlei dagboeken. Heb alles inmiddels van Hans Warren, tot vandaag en verder o.a. "Kroniek van een karakter" van Jeroen Brouwers, Gide : "Het innerlijk blauw", alle dagboeken van C. Buddingh', een nummer van "Maatstaf" dd. 1982 /11-12 over Dagboeken, Sylvia Plath, Thomas Mann, Julien Weverbergh, Erika Mann, August Willemsen, Adriaan Morriën... Ben nu op zoek naar de dagboeken van Paul Léautaud.Er moeten daarvan zo'n twintig delen in omloop zijn.
Het boekje van Warren "Het dagboek als kunstvorm" ben ik helaas door een onbegrijpelijke manier verloren nadat ik het ooit bij De Slegte voor een habbekrachts had gekocht. Vreselijke frustratie ! Heb van Warren echter het flinterdunne "Geheim Dagboek 1939-1940" uitgegeven bij B.Bakker met een voorwoord van Joost Zwagerman.Verder nog "Tussen Borssele en Parijs" uittreksels uit Geheim Dagboek 1945-1951, uitgegeven door Balans. Zo, dat wou ik even kwijt. Ben ook nog een fan van Reve en Eriek Verpale.
Vriendelijke groeten,
Walter.

Related Posts with Thumbnails