dinsdag 15 mei 2007

Madame de Pompadour - Margaret Crosland

Dit slag boekjes lees ik omwille van dezelfde reden als dames van middelbare leeftijd grijpen naar de romans van Jane Austen. Intriges, macht, luxueuze decors, mooie kostuums.

Plus: we reizen deze zomer de kastelen van de Loire af en ik wil me verdiepen in het Franse hofleven en in de levens van de Lodewijken.

Madame de Pompadour was de maîtresse van Lodewijk XV. Ze was niet van hoge afkomst, dus was ze als bijzit van de koning afhankelijk van één ding: ze moest ervoor zorgen dat hij haar nodig had. Dat lukte. Onvermoeibaar entertainde ze de ietwat suffe vorst, die in niets geleek op zijn voorganger, zonnekoning Lodewijk XIV, de absolutistische monarch die de nationale financiën in een hopeloze staat had achtergelaten.

Lodewijk XV was zijn hele leven zo beschermd opgevoed dat hij praktisch geen geestelijke energie had, al zijn krachten gingen naar lichamelijke activiteiten: jagen en seks. In zijn persoonlijk leven was er sprake van een leegte: toen hij twee jaar oud was had hij al geen ouders meer, en drie jaar later was ook zijn overgrootvader overleden.

Na tien jaar maakte zijn vrouw Maria Leszczyńska, de koningin, duidelijk dat ze geen kinderen en geen seks meer wilde. De koning had gelukkig vele maîtresses: de drie gezusters Nesle en dus ook na een tijdje de markiezin de Pompadour. Toen ze in het paleis werd geïnstalleerd, hebben de hovelingen dat misschien afgekeurd, maar de nieuwsgierigheid won het uiteindelijk, waarop ze zich begonnen af te vragen hoe het deze burgerdame zou vergaan en hoe lang ze zou blijven.

Ze bleef er tot haar dood. Markiezin De Pompadour bezat het talent zichzelf onmisbaar te maken. Ze organiseerde toneelvoorstellingen in Versailles voor een zeer besloten kring (eerst 14 personen, daarna 40), in piepkleine theatertjes die voor dat opzet speciaal indoor werden gebouwd. Niet zelden waren het stukken die subtiel het hofleven pasticheerden. Ook Tartuffe van Molière (toen al een eeuw oud) passeerde de revue. De Pompadour was een zeer belezen dame - de catalogus van haar bibliotheek telde meer dan 400 pagina's - en spande zich sterk in voor de schone kunsten.

Verder hield Madame de Pompadour zich onledig met het inrichten van haar talrijke landhuizen en het organiseren van aangebrande feestjes in de bijgebouwen van het Parc-aux-Cerfs, wat haar haar kwalijke reputatie opleverde. Het was ook op instigatie van De Pompadour dat de École Militaire werd gesticht in Parijs. Op het einde van haar leven wordt De Pompadour zelfs een van de dames die voor de koningin zorgt.

Margaret Crosland zoemt vooral in op de manier waarop De Pompadour zich naar de top manoeuvreert en zich daar handhaaft. De officieren en de andere mannen die in de gangen van Versailles rondstruinden accepteerden immers geen inmenging of rivaliteit van een gewone vrouw, die haar hoge status alleen ontleende aan het feit dat de koning haar een aantal jaren onweerstaanbaar had gevonden.

Tijdens het lezen groeide bij mij het besef dat het huwelijk in het achttiende-eeuwse Frankrijk door vrouwen algemeen beschouwd werd als de poort tot sociaal succes. Dat kon haast niet anders:

"Intelligente vrouwen waren nauwelijks geïnteresseerd in een carrière, want carrières waren er nauwelijks; buiten een aantal verlichte kloosters en huishoudingen die gezelschapsdames, gouvernantes of briefschrijfsters nodig hadden. Aan het hof had je weliswaar ‘baantjes’, maar je kon nu niet direct zeggen dat je hersens nodig had om hofdame te worden, hofdames moesten alleen goed kunnen intrigeren."

Dat Crosland bovenstaande stelling behoorlijk illustreert in deze biografie, maakte het lezen ervan tot een nuttige bezigheid, meer dan de vele affaires die het boek bevat en waarover Crosland bericht met de verbetenheid van een genealoge. Geen mens die al die stambomen immers onthoudt.

Maar er had voor mijn part nog veel meer maatschappelijke inbedding in gemogen. De Verlichting wordt mager uitgewerkt. Voltaire en de Encyclopédie, het sleutelwerk van de achttiende eeuw, moeten het stellen met een kadertje in de marge van Croslands betoog.

Ik wist overigens niet dat ene Ephraim Chambers, een Brit, in 1724 met de publicatie van zijn Cyclopedia de inspiratiebron vormde voor het beroemde naslagwerk. En dat de makers met hun encyclopedie er niet alleen voor wilden zorgen dat de rede zou triomferen, maar ook dat de ambachtslieden en handwerkers van de plattelandseconomie, die het onderwerp waren van veel artikelen in de Encyclopédie, recht zouden worden gedaan.

Zijdelings in dit boek is informatie te vinden over de werklust van de contributoren. Diderot zelf schreef ongeveer 5.000 artikelen, de wiskundige d’Alembert, een vriend van Diderot die hij had gevraagd om de bijdrage over wetenschappelijke onderwerpen te controleren, ongeveer 1500, Rousseau ongeveer 400 en Voltaire 44.

Dat de ratio zegevierde in die dagen moet trouwens sterk gerelativeerd worden:

"Onzekerheid, armoede en een slechte scholing, vooral voor vrouwen, hadden ervoor gezorgd dat een middeleeuwse manier van denken bleef voortbestaan, iets waar de houding van de geestelijkheid, die werd verscheurd door de kloof tussen jansenisten en jezuïeten, niets aan veranderde."

Ronduit komisch is dat de Verlichting allerminst doordrong tot Lodewijk XV zelf. Hij kon er kennelijk niet de vereiste concentratie voor opbrengen en nieuwe ideeën, het opwindendste aspect van het leven van de achttiende eeuw, betekenden weinig voor hem.

Het zijn dit soort wetenswaardigheden, dingen die de grof schematiserende humaniorageschiedenisboekjes nooit halen, die het lezen van een middelmatige biografie als deze toch tot een plezier maken.

> lees een fragment uit dit boek op Prins van Denemarken
> http://nl.wikipedia.org/wiki/Madame_de_Pompadour
> http://nl.wikipedia.org/wiki/Lodewijk_XV_van_Frankrijk

Margaret Crosland, Madame de Pompadour : een leven van macht en verleiding
220 p.
Uitgeverij Agora, 2004
Oorspr. Madame de Pompadour (2002)
____

Geen opmerkingen:

Related Posts with Thumbnails