dinsdag 24 april 2007

Lof der schaduw - Junichiro Tanizaki

Ik lees weinig Japanse en Chinese schrijvers. Dat komt omdat ik geen voeling heb met hun minimalisme, vooral niet als die gemengd is met natuurmystiek. Ik verfoei haiku's. Als ik het goed heb is Dagboek van een oude dwaas bijvoorbeeld van de bekendste titels van Tanizaki. Een roman over de verhouding tussen een oude, door seksuele obsessies beheerste man en zijn schoondochter. De roman viel me een paar jaar geleden tegen, wellicht omdat ik buitensporige verwachtingen had.

In het nawoord bij dit boekje lees ik nochtans dat Junichiro Tanizaki beschouwd wordt als de grootste Japanse auteur van de twintigste eeuw. Een schrijver die onder invloed van Wilde, Poe en Baudelaire de vaandeldrager werd van het estheticisme, terwijl de contemporaine literatuur van zijn land nog sterk onder invloed stond van het Franse naturalisme.

Lof der schaduw bevat een ontwerp van een Japanse esthetica, een beschrijving van het Japanse schoonheidsideaal. Met andere woorden: het minimalisme. Ik maakte daar al eerder kennis mee in Rituelen van Cees Nooteboom. Tanizaki zelf vat dat ideaal als volgt samen:

Wij vinden schoonheid niet in de dingen zelf, maar in de schaduwpatronen, in het licht en het donker, dat het ene ding bij het andere veroorzaakt.
Het is een zeer fijn vertoog geworden, opvallend modern en toegankelijk geschreven. Tanizaki toont zich een aangename pleitbezorger die zich niet verliest in esoterisch gezwam.

De auteur extrapoleert bovenstaand grondbeginsel naar andere Japanse cultuuruitingen: de traditionele binnenhuisverwarming, het Japanse poppenspel, de kabuki -en no-kostuums, de Japanse muziek.
En als wij de grammofoon en de radio hadden uitgevonden, hoeveel preciezer zouden zij het speciale karakter van onze stemmen en onze muziek niet hebben gereproduceerd! Japanse muziek is er vooral een van terughoudendheid, van atmosfeer.
Zonder iets te willen opdringen scherpt Tanizaki's traktaat de tastzin aan.
Ik ken bijna geen groter plezier dan een gelakte soepkom in mijn handen te houden en op mijn handpalmen het gewicht en de milde warmte van de vloeistof te voelen. Men krijgt het gevoel een mollige pasgeboren baby vast te houden.
Terughoudendheid, atmosfeer en nuance zijn esthetische kwaliteiten in Japan. Daarom houdt men er niet van voorwerpen op te wrijven tot ze glimmen, en aldus hun karakter en ancienniteit verliezen.
Wij hebben niet echt een hekel aan alles wat glans heeft, maar we geven wel de voorkeur aan een zwaarmoedige pracht boven een oppervlakkige schittering en, bij een bewerkte of onbewerkte steen, aan een doffe glans die getuigt van vroegere luister.

[...]

Zowel in het Chinees als in het Japans beschrijven de woorden die deze gloed aanduiden een patina dat ontstaat doordat de voorwerpen telkens opnieuw worden aangeraakt.
Dat Japanners zweren bij schaduwvarianten heeft (lees: had toen nog) zijn weerslag op hun gebruik van electriciteit. Kritiek aan het adres van het Westen is daarbij niet van de lucht.
Wij berusten erin alsof het iets onvermijdelijks is. Als licht schaars is, dan is licht schaars; wij zullen ons onderdompelen in het donker en daar de bijzondere schoonheid van ontdekken. Maar de progressieve westerling is er altijd opuit om zijn lot te verbeteren.
Lof der schaduw is een prachtig, sober, melancholiek betoog van een schrijver uit een land dat op de drempel van de industriële moderniteit stond, en dat op een verstandige manier betreurde.
Ondanks de klachten die we misschien hebben, heeft Japan ervoor gekozen de kant van het Westen op te gaan. Er zit niets anders op dan dapper voorwaarts te gaan en de ouden van dagen achter te laten. Maar zolang onze huidkleur blijft zoals ze is, zullen wij erin moeten berusten dat wij onherstelbare verliezen hebben geleden.
Ik ga nog boeken van Tanizaki lezen. Hier spreekt voorzichtig een bekeerling.

> lees een fragment uit dit boek op Prins van Denemarken

Junichiro Tanizaki, Lof der schaduw
77 p.
Uitgeverij Meulenhoff, 1994
Oorspr. In’ei raisan (1933)
____

1 opmerking:

Günther Convens zei

Een oosters begrip dat hier zeker bij aansluit is 'wabi sabi', de esthetiek van het onaffe, kapotte, vergankelijke. Een barst in een vaas of een aftandse tafel herbergen meer schoonheid dan gelijk welk perfect designmeubel. Eenzelfde poëzie vindt deze eeuwenoude 'filosofie' in een verweerd gezicht,een getekend leven, melancholie...

Jammer genoeg wordt wabi sabi de laatste jaren gerecupereerd door een soort lifestyle boeddhisme dat met glossy tijdschriften en wellness minimalisme de kern van deze Japanse levensvisie onderuit haalt. Wabi sabi wil nu net géén sier maken, blijft verborgen en bescheiden, intiem en kwetsbaar.

Ook bij de nu immens populaire Japanse auteur Haruki Murakami vind je een dergelijke 'mono no aware', een verwant Japans begrip dat verwijst naar een milde melancholie, een verfijnde gevoeligheid voor de 'herfst' van voorwerpen en gebeurtenissen. Ik ben ervan overtuigd dat een groot deel van Murakami's succes nu net te danken is aan de subtiele en troostende affiniteit van sommige personages met wabi sabi of mono no aware. Een perfecte inleiding tot wabi sabi is:

Leonard Koren, Wabi-Sabi: for Artists, Designers, Poets and Philosophers (1994)

Related Posts with Thumbnails