zondag 22 april 2007

Een reis door Mugoland - Mugo en Jo Van Damme

Het leuke aan deze blog is dat ik hier ook iets kwijt kan over boeken die niet in aanmerking komen voor Prins van Denemarken. Omdat ik ze niet uitlees, omdat ik ze alleen maar doorblader (zoals de meeste kunstboeken), of omdat er niets uit te citeren valt. Want hoe citeer je in godsnaam uit een fotoboek? Op Prins komen alleen de boeken die ik van kaft tot kaft heb gelezen. Maar er gaan veel meer boeken door mijn handen.

Dit is een boek waarvan ik de opgenomen teksten wel heb gelezen, maar het vooral verdient om met het oog gesavoureerd te worden. Het biedt een inkijkje in de wondere wereld van de Belgische kunstenaar Mugo. Het boek komt in een blikken doos, waarop een van Mugo's eigen speelkaartontwerpen is aangebracht, "quadri op metaalkleur", prachtig uitgevoerd.

Mugo (echte naam Hugo Moeraert) blikt terug in korte biografische hoofdstukken op zijn leven en werk; hij spreekt ons toe bij monde van Jo Van Damme (vooral bekend van De Rechtvaardige Rechters), die de teksten schreef, gebaseerd op gesprekken met de kunstenaar. De retrospectieve werd verlucht met oude familiefoto's, teksten van kennissen en een prachtig gedicht van Hugo Claus over footballspelers.

Mugo is de neef van cartoonist Zak en werd geboren in een armtierige wijk in Gentbrugge, "waar de arbeidershuisje zo uit Liverpool lijken verplant." Al vroeg raakt hij onder de indruk van zijn Nonkel Edmond die in de Congo had rondgezworven, een enorme boekenverzameling bezat én contacten met de beruchte Arsène Goedertier, voor velen de man achter de kunstroof van... jawel: De Rechtvaardige Rechters.

Zijn fantasie wordt mede gevoed door de vruchtbare humus van de (pulp) fiction die in die jaren op de markt is: Karl May, Jules Verne, John Flanders, Willy Vandersteen, Edgar P. Jacobs en Marc Sleen. In zijn tekeningen en schilderijen evolueert Mugo echter snel richting Toulouse-Lautrec, Ensor en Rops. De nostalgie die hij in zijn kunst beoefent krijgt een ironisch-aristocratische toets. Niet voor niets behoort Oscar Wilde tot zijn favoriete schrijvers.

"Alles draait om atmosfeer. Ik liet ooit eens tweeduizend invitatiekaarten drukken, schreef er een maand lang met een vulpen tweeduizend namen en adressen op, en nam dan de boot naar Engeland om ze daar op de post te gooien. Enkele dagen later kregen 2000 Vlamingen een uitnodiging in de bus voor de tentoonstelling van mijn 'Londense tekeningen' in Wakken. Het was alsof ze een brief kregen uit de vorige eeuw, rechtstreeks uit een wereld waarin figuren als Oscar Wilde, Jean Ray en Honoré Daumier thuishoorden."

Mugo's jeugd zal krachtig doorwerken in zijn oeuvre: hij gaat oud speelgoed verzamelen, Dinky Toys, koekendozen, filmposters en maakt van zijn omgeving één gigantische kijkkast. Mugo wordt de hoogstpersoonlijke butler van dit rariteitenkabinet:

"Me wentelen in die illusie lukt me moeiteloos. Ik probeer altijd trouw te blijven aan de fantasie van mijn kindertijd."

In zijn plastische werk komen naast circusscènes veel jachttaferelen voor: Mugo had in zijn jeugd verkering met de dochter van de hovenier van textielbaron Braun in Heusden en vertoefde vaak op diens kasteeldomein. Erotiek is permanent aanwezig in de tekeningen. (In het boek beschrijft hij zijn eerste bordeelbezoek in Melle - of all places).

Hoe zit dat met die obsessies? Persoonlijke maecenas Jef Rademakers psychologiseert erop los in zijn voorwoord:

"De afwijking van Mugo: hij is inmiddels de vijftig gepasseerd en nog altijd niet in de puberteit. Er is nooit een breuk met zijn ouders gekomen, evenmin als met de rest van zijn verleden. (...) En wat geldt voor de familie, geldt ook voor de straat, de school, de Moscouwijk in Gentbrugge. Mugo is nog even zot van de septemberkermis als in de jaren vijftig. (...) Wat er voor een ander uitziet als een triestige arbeiderswijk is voor Mugo zijn sprookjesland: mooier dan Eurodisney. (...) Mugo's kindertijd is zijn enige houvast in het leven."

Rademakers verklaart het relatieve succes van de artiest op de volgende manier:

"De kunst van Mugo is dat hij eeuwig twaalf blijft. Dat is geen sinecure. Hij geeft de verworvenheden van de volwassenheid vrijwillig op: geen carrière, geen echtgenote, geen gezin. Wel speelgoedauto's verzamelen, tekenen van vroeg tot laat. Wel wandelen, maar nooit omdat hij ergens heen moet. (...) En daarom dwepen al die middelbare mannen zo met hem, en daarom kopen al die rijk geworden journalisten, politici, psychiaters, havenbaronnen en andere hoerenlopers zijn werk: omdat hij het opbrengt namens ons twaalf jaar te blijven."

Terug naar het boek. In Een reis door Mugoland laat de kunstenaar in een handvol amusante anekdotes zijn leven passeren - het leven van iemand voor wie het gezegde 'Twaalf stielen en dertien ongelukken' lijkt te zijn bedacht. Mugo was achtereenvolgens brouwershulpje, letterschilder-decorateur, fotograaf bij de BOB, aanwerver van dokwerkers in de Gentse haven en goochelaar. Deze laatste professie blijft hem aankleven: het speelkaartmotief komt frequent voor in zijn werk. Mugo vertelt ergens smakelijk hoe hij voor getruceerde speelkaarten het Kanaal over moest. Naar Londen.

Ondertussen neemt eeuwige plantrekker Mugo zijn kunstenaarsschap ernstig en maakt hij, Goethe achterna, zijn eigen Italienische Reise: in Firenze gaat hij de oude meesters bestuderen. Kort daarop zal hij die ballast terug weggooien en vertrouwen op zijn eigen instinct.

Vanaf de jaren tachtig exposeert Mugo zoetjes aan, vallen de puzzelstukken op zijn plaats en duikt hij van de weeromstuit het nachtleven in. Op een dag kotst hij een van zijn eigen aquarels onder. Hij kan het werkje herstellen en uitgerekend met dát werk wint hij de prijs van de Vlaamse Regering. Thema: pollutie. Kruidenier-multimiljonair Albert Heijn komt zelfs naar België om hem een tentoonstelling aan te bieden. Mugo herinnert zich in het boek dat hij deze weldoener wou uitnodigen voor een diner met gepaste chic - maar Heijn had zijn eigen thermos en boterhammetjes uit Nederland meegebracht.

Aan de kost komt de artiest ook nog een tijdje als taxichauffeur. Hij moet "de stad schoonvegen: alles wat de cafés en de bordelen uitrolt en nog min of meer rechtop loopt, in bed stoppen." Aan het eind van de jaren negentig wordt hij zelfs door VTM gerecupereerd als chauffeur in het programma Taxi. In het boek getuigt Jackie Dewaele hoe goed Mugo "passagiers kon lospraten".

1001 ambachten ten spijt is Mugo tot op heden vooral goochelaar gebleven. Of liever: illusionist. Illusies oproepen is zijn stiel, in zijn grafisch werk en in zijn installaties. Ook nu nog blijft Mugo koppig spulletjes verzamelen, alsof hij zijn eigen verleden wil terugkopen. Pathologisch verknocht aan zijn verzameling is hij echter niet. Verschillende keren verkocht de hongerkunstenaar een deeltje van zijn collectie om met de opbrengsten een jaar zorgeloos te kunnen leven. Tot dat spaargeld helemaal was weggesijpeld.

Ik ben niet speciaal verzot op het werk van Mugo, al zou het nostalgisch gezwelg me in theorie hevig moeten aanspreken. Ik begrijp het niet zo goed van mezelf. Het zal het tijdsvak zijn - de jaren zestig - waar ik niets mee heb. En ook de jaren vijftig zien er anders uit in mijn fantasie - ze verschillen sterk van het blikkerige speelgoedmuseum dat Mugo er van maakt. Mugo's Alice in Wonderland-achtig universum is jammergenoeg het mijne niet.

Toch is dit een bijzonder fraai boek. Ik ben onlangs in Brussel de galerie voorbijgewandeld waar Mugo op dat moment exposeerde. De vitrinekast oogde me te rommelig en dilettantistisch om het op een bezoekje te wagen. Een veredeld rommelmarktkraam. Maar netjes geïsoleerd op deze witte pagina's, met een toefje digitale schaduw, krijgen Mugo's objecten de glans en het aura die ze verdienen.

Hou ik van Mugo's kunst? Ik vind zijn tekeningen en suikeretsen (wat zijn in godsnaam suikeretsen?) best prettig getekend en mooi frivool met kleurpotlood ingekleurd. Vooral de reeksen olijke tafereeltjes in wit, rood en blauw - staties zijn het bijna - bevallen me. Maar Mugo's werk is me meestal te weinig dwingend. Ik heb het altijd moeilijk met kunst die in de variété blijft steken, hoe goed gedaan ook.

Als men in het boek gewaagt van de hoge dagelijkse productie van de kunstenaar, valt het me daarenboven tegen hoeveel Mugo zichzelf herhaalt.

De documentaire waarde van deze uitgave is ook te gering. De lezer moet het stellen met een korte biografie en achteraan een uitputtend overzicht van Mugo's aanwezigheid in de media van de afgelopen decennia: interviews, werk voor tijdschriften, tv-optredens in Zondag Josdag (godbetert!) en alle tentoonstellingen. Omdat Mugo's schetsboeken eruit zien als geïllumineerde dagboekbladen is het in dat verband dubbel spijtig dat het sierlijke schoolschrift waarin de artiest zijn grafiek soms van commentaar voorziet te klein is afgedrukt om prettig leesbaar te zijn.

Neen, een paar gedegen essays hadden niet misstaan en waren verlieslijker dan het sympathieke sierproza van persoonlijke kennissen van de kunstenaar. Als voorbeeld van dat laatste wil ik het volgende zinnetje lichten uit de (overigens prachtig exuberante) speech van Pjeroo Roobjee, integraal opgenomen in dit boek:

"Zulk een onvervangbaar oeuvre kan niet anders dan zalen met fraai noorderlicht krijgen in de Uffizi van ons hart, in de Albertina van onze droom en in de Hermitage van onze wankele, meervoudige doch blanke ziel."

Nou nou.

> meer tekenaars op Achille

Mugo en Jo Van Damme, Mugo : een reis door Mugoland
176 p.
Uitgeverij Oogachtend, 2004 tekeningenkey
____

Geen opmerkingen:

Related Posts with Thumbnails